Geen akkoord over economische hulpmiddelen EU
De eurogroep vergaderde via een videoconferentie (foto: de Nederlandse minister Wopke Hoekstra). Foto: EPA-EFE

De ministers van Financiën uit Noord- en Zuid-Europa staan lijnrecht tegenover elkaar in de zoektocht naar maatregelen om de impact van covid-19 op de economie te verzachten. De onderhandelingen gaan donderdag verder.

Mario Centeno, de ­Portugese voorzitter van de eurogroep, zei dinsdag vlak voor de bijeenkomst van de 27 EU-ministers van ­Financiën dat het pakket dat op tafel lag ‘het grootste en meest ambitieuze’ was dat de eurogroep ooit voorbereidde. De vergadering werd gisteren al een paar keer uitgesteld, omdat meer voorbereiding nodig was. Uiteindelijk werd dinsdag niets afgeklopt, en gingen de onderhandelingen de nacht in. Die bracht geen raad, want een persconferentie van woensdag werd uitgesteld. Donderdag staat een nieuwe vergadering van de Eurogroep op de planning.

 

 

Twee kampen

Er zijn twee kampen die de EU verdelen: Zuid-Europese landen als Italië, Spanje en Frankrijk, die de deur willen openhouden voor een vorm van Europese obligaties. Ze botsten op een sterk front bestaande uit Nederland, Duitsland, Finland, Oostenrijk, Estland, Zweden en Denemarken. De urenlange discussie draaide ook rond de eventuele voorwaarden bij het noodfonds ESM, en vage of duidelijke taal over de instrumenten voor de tweede fase van het herstelplan.

De Noord-Europese landen willen dat leningen via het noodfonds ESM enkel mogelijk zijn op voorwaarde dat de betrokken lidstaten in een tweede fase hun begrotingen op orde brengen en economische hervormingen doorvoeren.

De Nederlandse minister van Financiën Wobke Hoekstra denkt dat een akkoord 'echt moet lukken', op voorwaarde dat de euro-obligaties er niet komen. 'Op een aantal onderwerpen zijn we heel ver gekomen', zei hij na he overleg van zestien uur. Hoekstra sluit niet uit dat de onderhandelingen nog langer gaan duren omdat het over 'grote onderwerpen' en miljardenbedragen gaat.



Drie pijlers

Het hulppakket staat op drie pijlers: een veiligheidsnet voor de arbeiders via het voorstel van de Commissie om met 100 miljard euro de werkloosheidsstelsels in lidstaten te financieren. Een veiligheidsnet voor bedrijven via de Europese Investeringsbank die 200 miljard ­leningen wil uitgeven om kmo’s te steunen. En een veiligheidsnet voor landen via het Europees noodfonds dat tot 240 miljard euro kredietlijnen kan verstrekken zodat de lidstaten middelen hebben om te reageren.