‘Corona-obligaties’ blijven Europese lidstaten verdelen
De Nederlandse minister van Financiën Wopke Hoekstra in videoconferentie met zijn Europese collega’s. Foto: EPA-EFE

De ministers van Financiën uit Noord- en Zuid-Europa staan opnieuw lijnrecht tegenover elkaar.

‘Dit is het grootste en meest ambitieuze pakket dat de eurogroep ooit voorbereidde.’ Zo maakte Mario Centeno, de ­Portugese voorzitter van de eurogroep, vlak voor de bijeenkomst van de 27 EU-ministers van ­Financiën, reclame voor de maatregelen die op tafel lagen om de impact van covid-19 op de economie te verzachten.

Centeno somde de drie pijlers van het pakket op: ‘Een veiligheidsnet voor de arbeiders via het voorstel van de Commissie om met 100 miljard euro de werkloosheidsstelsels in lidstaten te financieren. Een veiligheidsnet voor bedrijven via de Europese Investeringsbank die 200 miljard ­leningen wil uitgeven om kmo’s te steunen. En een veiligheidsnet voor landen via het Europees noodfonds dat tot 240 miljard euro kredietlijnen kan verstrekken zodat de lidstaten middelen hebben om te reageren.’ Samen een slordige 500 miljard euro.

Nederlands verzet

Maar dat de bijeenkomst met een uur vertraging is begonnen omdat er ‘meer voorbereiding nodig’ was, voorspelde al weinig goeds. De twee kampen hebben vooraf al de hakken in het zand gezet. Voor Italië kan het noodfonds alleen ingeschakeld worden als er geen voorwaarden aan de kredietlijnen vasthangen én als er een vierde element aan het pakket wordt toegevoegd: corona-obligaties. Die zijn volgens negen landen (vroeg of laat) nodig om een groots ­herstelprogramma te ­financieren en de onvermijdelijke recessie in Europa snel te boven te komen.

Maar in Den Haag heeft minister van Financiën Wopke Hoekstra dinsdagvoormiddag van zijn parlement grote steun gekregen voor het Nederlandse standpunt. Leningen via het noodfonds ESM kunnen, maar alleen op voorwaarde dat de betrokken lidstaten in een tweede fase hun begrotingen op orde brengen en economische hervormingen doorvoeren. Een uitzondering kan alleen als de gezondheidszorg in een land door de uitbraak van het ­coronavirus is overvraagd.

En het idee van Europees schuldpapier moet van tafel, welke naam er ook aan gegeven wordt: ‘Ik zie de redelijkheid er niet van in. Gewone Nederlanders betalen uiteindelijk de rekening’, zei Hoekstra, die erop wijst dat voorlopig geen enkel land problemen heeft om goedkoop geld op te halen op de markten.

Herstelplan

De urenlange discussie tussen de ministers draait rond die twee pijnpunten: wel of geen voorwaarden bij het noodfonds ESM, en vage of duidelijke taal over de instrumenten voor de tweede fase van het herstelplan. Daarbij willen Italië, Spanje en Frankrijk de deur openhouden voor een vorm van Europese obligaties. Ze botsen op een sterk front bestaande uit Nederland, Duitsland, Finland, Oostenrijk, Estland, Zweden en Denemarken.

Over het eerste leek een compromis nog haalbaar, het tweede lag veel moeilijker. ‘Het wordt een marathonmeeting’, tweette de Maltese minister Edward Sci­cluna al.

Een oplossing lijkt alleen mogelijk als Nederland toegaf inzake de voorwaarden voor het ESM, en de zuiderse landen vrede nemen met omzwachtelde taal over het herstelplan, zonder verwijzing naar een of andere vorm van ­Europese obligaties. Het lijkt zelfs niet uitgesloten dat de ministers van Financiën de heikele kwesties weer doorschuiven naar Charles Michel en de Europese leiders, die er op 26 maart niet in geslaagd zijn een compromis te bereiken en daarom besloten hadden … de ministers van Financiën het veld in te sturen. Maar een nieuwe Europese top heeft voor Michel alleen zin als er een compromis mogelijk is.