Eerstelijnszorg brengt noden aan materiaal en personeel in kaart
Foto: blg
In de strijd tegen het nieuwe coronavirus bundelt de eerstelijnszorg de krachten om de noden aan beschermingsmateriaal en personeel beter te monitoren.

Heb je nog voldoende beschermend materiaal, zoals mondmaskers en handschoenen? Kom je handen te kort? Voortaan krijgen huisartsprak­tijken, coördinerend raadgevend artsen uit de woonzorgcentra, triageposten, apotheken, vroedvrouwen en thuisverpleegkundigen in heel het land op regelmatige basis een vragenlijst om de noden in de hele eerstelijnszorg beter in kaart te brengen. Mogelijk sluiten later ook zorgkundigen uit de gezinszorg aan.

Solidariteit

De ‘covid-19-barometer’ voor de eerstelijnszorg is in ijltempo ontwikkeld door onder andere de academische centra voor huisartsengeneeskunde van de KU Leuven, UGent en UAntwerpen, koepels van beroepsorganisaties en het Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn (Vivel). ‘We hebben een goed beeld van de situatie in de ziekenhuizen, maar de impact op de eerstelijnszorg is nog onduidelijk’, verklaart Caroline Verlinde, directeur van het Vivel.

Het voordeel van de nationale bevraging is dat ze tekorten over beroepsgroepen heen en tot op het lokale niveau in kaart brengt, zowel op het vlak van materiaal als mankracht. ‘De overheid krijgt daarmee een belangrijk instrument om te weten wie het eerst in de rij staat om mondmaskers, handschoenen of alcogels te krijgen en in welke regio de tekorten het grootst zijn’, zegt professor huisartsgeneeskunde Bert Aertgeerts (KU Leuven). ‘We hopen daarmee ook op solidariteit tussen zorgverleners om elkaar uit de nood te helpen’, aldus Verlinde.

Een huisarts die nog een voorraad mondmaskers heeft en vooral telefonische consulten doet, zou bijvoorbeeld een naburige apotheek kunnen bevoorraden. Evengoed zouden thuisverpleegkundigen met weinig werk kunnen bijspringen in een woonzorgcentrum – als overheden daarvoor hun toelating geven, zegt Verlinde.