Corona doet mensen slechter slapen
Een derde van wie deelnam aan de enquête, ging nog fietsen Foto: Jimmy Kets

Bijna een derde van de mensen die een enquête van de Universiteit Antwerpen invulden, zegt tijdens deze coronacrisis last te hebben van slaapproblemen.

Afgelopen dinsdag organiseerde de Universiteit Antwerpen (UAntwerpen) voor de tweede keer een bevraging naar hoe we omgaan met de coronacrisis en de maatregelen die eraan zijn gekoppeld. De enquête was de eerste sinds de verstrengde maatregelen, die sinds vorige week woensdag van kracht zijn.

Deze keer stonden er ook vragen in over hoe we mentaal reageren op de situatie. Daaruit blijkt dat bij veel mensen die deelnamen aan de enquête er wel degelijk een zekere mentale impact is. 32 procent van de respondenten zegt zich moeilijker op zaken te kunnen concentreren en 30 procent slaapt slechter dan gewoonlijk. Daarnaast geeft 42 procent van de deelnemers aan dat ze meer druk dan anders ervaren. Eenzelfde percentage mensen voelt zich meer neerslachtig door de crisis.

De resultaten over die mentale impact bevestigen wat bijna iedereen deze periode ervaart: de noodzaak om ons gedrag aan te passen om de verspreiding van het nieuwe coronavirus te temperen, kan tot stress en de daaraan gerelateerde klachten leiden.

De wetenschappers die de enquête organiseren, wijzen er zelf op dat de groep deelnemers geen representatief staal is van de Belgische bevolking. De bevraging geeft dus niet weer hoe we met z’n allen reageren op deze crisis, maar geeft wel indicaties van hoe veel mensen ermee omgaan.

Bij deze ronde vulden 346.000 mensen de enquête volledig in. Daarnaast waren er 90.000 gedeeltelijk ingevulde bevragingen. ‘We beseffen dat deze tweede golf een grote(re) inspanning vergde van de deelnemers’, zegt Koen Pepermans (Faculteit Sociale Wetenschappen). ‘We zijn iedereen die geheel of gedeeltelijk de bevraging invulde dan ook zeer erkentelijk voor hun tijd en hulp. Ook met 346.000 deelnemers blijft deze bevraging een uniek burgeronderzoek en levert ze een enorme hoeveelheid informatie op. De data delen we natuurlijk ook met het wetenschappelijk comité dat de overheid adviseert tijdens de aanpak van deze coronacrisis.’

Hoe jonger, hoe vaker nog fysiek contact

Behalve de resultaten over het mentale welbevinden, komen er ook enkele inzichten aan bod over andere manieren van impact. Zo zijn kussen en handen schudden bij de deelnemers zo goed als verleden tijd: 93 procent zegt sinds de verscherpte maatregelen geen hand of zoen meer te hebben gegeven aan mensen die niet onder hetzelfde dak wonen. Maar: ‘21.000 respondenten doen dat dus nog wel. En hoe jonger de respondent, hoe vaker het gebeurt.’

Vier op de vijf mensen komt nog wel eens in de buitenlucht door te wandelen, iets meer dan een derde van de deelnemers fietst af en toe. Ruim de helft babbelt in open lucht, op veilige afstand van de gesprekspartners.

Amper nog opvang door grootouders

Sinds de verstrengde maatregelen is het aantal telewerkers met 8 procentpunt toegenomen: nu werkt driekwart van de respondenten van thuis uit. Wie wel nog op zijn of haar werkplek aan de slag is, doet dat meestal omdat het niet anders kan. Toch moet ook 12 procent van wie op locatie werkt dat doen omdat het moet van de leidinggevende. Op het vlak van opvang voor kinderen is er vergeleken bij vorige week ook iets veranderd. Slechts 1 procent van de respondenten doet nog een beroep op de grootouders, terwijl dat vorige week nog 3 procent was. 81 procent staat zelf in voor de opvang thuis.

Volgende dinsdag staat de derde golf van de enquête gepland.