‘Met virusremmers had pandemie vermeden kunnen worden’
Foto: guy puttemans
Een tijdige zoektocht naar coronavirusremmers had een uitbraak kunnen vermijden, en dus veel levens kunnen redden. ‘Dit hadden we na 2002 serieus moeten nemen’, zegt viroloog Johan Neyts (KU Leuven).

Toen het sars-CoV-2-virus eind 2019 in Wuhan in opdook, begon het als een klein vlammetje. Inmiddels is het een uitslaande brand geworden, die nog moeilijk te blussen is.

Nochtans hadden we het kleine vlammetje meteen kunnen doven, als we de coronavirussen in 2002 serieus genomen hadden, verklaarde viroloog Johan Neyts (KU Leuven) op het Canvas-programma Nachtwacht

Tot 2002 veroorzaakten coronavirussen alleen maar verkoudheden, en was er geen hoge nood om ze in te dijken. Maar sindsdien zijn drie kwade neefjes in de familie opgedoken: sars in 2002, mers in 2012 en sars-CoV-2 in 2019. Sars doofde uit dankzij quarantainemaatregelen. Mers circuleert nog in het Midden-Oosten, maar is minder besmettelijk dan andere coronavirussen.

De uitbraak in 2002-2003 had de wereld ertoe moeten aanzetten om virusremmers te maken tegen de coronavirussen, legt Neyts uit aan De Standaard. ‘Bij bacteriële infecties kan je antibiotica breed inzetten. Bij virussen is er niet één breed werkende remmer. Verschillende virussen, zoals HIV, influenza (griep) of corona lijken niet op elkaar: ze behoren tot verschillende families en ze verschillen bij wijze van spreken nog meer dan een olifant en een mug. Maar je kan per familie wel antivirale middelen ontwikkelen.’

Die antivirale middelen kunnen dan ook ingezet worden als er een nieuw, kwaadaardig lid van de familie opduikt. ‘Was er na 2003 een internationale coalitie opgestaan, dan hadden we binnen tien jaar een krachtige virusremmer gehad, daar ben ik van overtuigd’, zegt Neyts.

De Wereldgezondheidsorganisatie had dan een strategische voorraad kunnen aanleggen, die ze op het moment van de uitbraak kon laten overvliegen naar Wuhan. ‘Zo hadden we de meest zieke patiënten kunnen behandelen. De personen waarmee ze contact hadden, konden we preventief behandelen, net als de dokters en verplegers. Zo hadden we de epidemie in de kiem kunnen smoren.’

Te korte-tijdsbril

Maar dat is niet gebeurd, omdat er geen sense of urgency heerste. Nochtans waren sars en mers niet onschuldig: respectievelijk 10 en 37 procent van de patiënten lieten het leven. Aan de KU Leuven en in andere labo’s wereldwijd gebeurde wel voorbereidend werk,   maar het verdere onderzoek moet ook gefinancierd worden. Niet door bedrijven, stelt Neyts, want je kan farmabedrijven niet verwijten dat ze geen virusremmer willen maken voor een virus dat op dat moment nog niet problematisch is. Overheden hadden dit in overleg met de WHO moeten financieren. ‘Het probleem is dat virologen niet geloofd worden, en dat we met een te korte-tijdsbril kijken. Mijn grootouders hebben drie pandemieën meegemaakt: de Spaanse griep, de Aziatische griep in 1957 en de Hongkonggriep in 1968. In 1983 kwam daar nog HIV bij’, zegt Neyts.

Een krachtige virusremmer ontwikkelen zou al snel een paar honderd miljoen kosten, stelt Neyts. Veel geld, maar peanuts vergeleken met het menselijk leed en de economische schade die het nieuwe coronavirus vandaag berokkent.

Heel wat laboratoria over de hele wereld gaan nu koortsachtig op zoek naar een antiviraal middel, en er is goede hoop dat dit ook gevonden wordt. Verschillende onderzoeksteams melden doorbraken. Twee middelen, een tegen ebola en een ander tegen malaria, zouden ook tegen coronavirussen kunnen werken. Maar Neyts tempert ook de verwachtingen. ‘De ontwikkeling van een specifiek en krachtig antiviraal middel zal jaren duren. Op korte termijn kunnen we enkel hopen dat we tussen de vele bestaande medicijnen tegen andere aandoeningen één of meerdere vinden die toevallig ook wat werken tegen dit nieuwe coronavirus. Deze zouden dan nog dit jaar kunnen worden ingezet om de meest zieke mensen te behandelen.’

Een cruciale vraag is of we lessen trekken uit de huidige pandemie om toekomstige uitbraken met andere virussen te vermijden.  Niet alleen in de familie van de coronavirussen kunnen kwaardaardige neefjes opduiken die veel slachtoffers eisen. ‘Je moet je wapenen in vredestijd’, zegt Neyts. ‘Nu doen we een aanbesteding voor oorlogsmaterieel, terwijl de oorlog al bezig is.’

Voor welke virussen moeten we nu al virusremmers maken, om calamiteiten in de toekomt te vermijden? De lijst is helaas lang, stelt Neyts: de paramyxovirussen (de familie waar ook RSV toe behoort), arenavirussen (waaronder Lassavirus), de filovirussen (waaronder ebola), de flavivirussen (waaronder zika) en nog een resem andere. Zeker is dat de virologen die nu koortsachtig een middel tegen het nieuwe coronavirus zoeken, straks niet zonder werk zullen vallen als we ons écht willen wapenen in vredestijd.