Belgische staat moet twee syriëstrijdsters niet helpen terugkeren naar ons land
Themabeeld. Vrouwen in een Koerdisch gevangenenkamp in Syrië. Foto: BELGAIMAGE

Het hof van beroep in Brussel heeft vrijdag het hulpverzoek verworpen van twee Belgische vrouwen die met hun kinderen worden vastgehouden in twee kampen in het noordoosten van Syrië, die onder Koerdische controle staan. Dat gebeurde net op dezelfde dag dat het VN-comité tegen foltering de Belgische staat de opdracht gaf in een gelijkaardig geval volledig anders te handelen.

H.S. en L.E.M., die met hun kinderen worden vastgehouden in de kampen van Al-Roj en Al-Hol, wilden van de Belgische staat verkrijgen dat deze hun terugkeer naar ons land zou toelaten of vergemakkelijken, en dat door de documenten te bezorgen die nodig zijn om te kunnen reizen.

Een rechter oordeelde aanvankelijk in hun voordeel, maar daarop tekende de Belgische staat hoger beroep aan. Dat bleek vrijdag succesvol: de vraag van de twee vrouwen werd door het hof van beroep verworpen in kortgedingprocedure. Dat bevestigt Nicolas Cohen, advocaat voor een van de klagers, na berichtgeving door La Libre Belgique en La Dernière Heure.

‘De rechtbank oordeelde dat België niet bevoegd is om aan hun verzoek te voldoen’, legt Cohen uit. Volgens het hof van beroep kan men de Belgische staat niet verplichten om binnen het specifieke kader van een kamp in het buitenland, dat wordt beheerd door Koerdische troepen, op te treden voor zijn onderdanen.

Cassatieberoep

‘De volgende stap zal zijn om in Cassatie te gaan, als we alle middelen op Belgisch niveau willen uitputten’, zegt Cohen nog. Later kunnen de vrouwen zich ook nog wenden tot internationale instellingen.

Een andere vrouw die werd vastgehouden in het Koerdische kamp Al-Roj, wier vraag ook in ons land was verworpen, en die ook verdedigd werd door Nicolas Cohen, diende een aanvraag in bij het Comité van de Verenigde Naties tegen foltering. Laatstgenoemde beval België vrijdag net een reeks maatregelen te nemen om de terugkeer van de jonge vrouw mogelijk te maken, zodat zij beschermd wordt in afwachting van een beslissing over de grond van de zaak.