Vlaams nieuwbouw is energiezuinig, bestaande woningen moeten dringend gerenoveerd worden
Foto: Tom Palmaers

Vlamingen die een nieuw huis bouwen, tonen zich van hun meest energiezuinige kant. Al vier op de vijf nieuwbouwprojecten blijken ‘bijna-energieneutraal’. Maar we zijn er nog niet, want vandaag is nog altijd 95 procent van alle woningen in Vlaanderen onvoldoende energiezuinig.

De Vlaming bouwt almaar energiezuiniger, investeert volop in energiebesparing en grijpt gretig naar de beschikbare premies voor hernieuwbare energie. Die boodschap brachten Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) en het Vlaams Energieagentschap zaterdag bij de opening van Batibouw in Brussel.

Sinds 2006 geldt in Vlaanderen de EPB-regelgeving, wat staat voor EnergiePrestatie en Binnenklimaat. Die regeling legt de energie-eisen vast voor nieuwbouwwoningen en vergunde renovaties.

Die wettelijke eisen, uitgedrukt in een zogeheten ‘E-peil’ (hoe lager het cijfer, hoe zuiniger de woning), werden in de loop der jaren stelselmatig verstrengd: mocht in 2016 het E-peil van nieuwe woningen maximaal E50 bedragen, dan is dat sinds 2018 nog maximaal E40, sinds dit jaar E35 en volgend jaar wordt dat E30, ook wel BEN of voluit ‘Bijna-EnergieNeutraal’ genoemd. Een BEN-woning springt zuinig om met verwarming, produceert zelf hernieuwbare energie (via zonnepanelen of een warmtepomp, bijvoorbeeld) en verbruikt zodoende netto bijna geen energie.

Vóór op schema

‘Uit de meest recente cijfers blijkt dat de bouwsector vooruitloopt op de Vlaamse én Europese doelstelling om vanaf volgend jaar alleen nog BEN te bouwen’, zegt minister Demir. Volgens voorlopige cijfers van 2018 (jaar van de bouwvergunning) haalt 80 procent van de nieuwe woningen een energiepeil van E30 of beter, de norm die vanaf 2021 ingaat. Gemiddeld halen de nieuwe woningen van 2018 zelfs een E-peil van E19. Al zijn er wel verschillen van de ene provincie tot de andere: ‘De zuinigste staan in Antwerpen (E14), Vlaams-Brabant (E15) en Limburg (E19). In West- en Oost-Vlaanderen ligt het E-peil gemiddeld iets hoger, met respectievelijk E26 en E23.’

‘Opvallend in de cijfers is de keuze voor hernieuwbare energie in bijna alle nieuwbouwwoningen’, zegt Geert Flipts, communicatieverantwoordelijke van het Vlaams Energieagentschap. ‘In 2006 was dat nog maar vier procent; in 2018 was dat aandeel al opgelopen tot 95 procent. Voor aanvraagjaar 2017 koos 72 procent voor fotovoltaïsche zonnepanelen en bijna een op vijf voor een warmtepomp. Steeds vaker worden die gecombineerd.’ De zonneboiler lijkt dan weer definitief op de terugweg.

Nog lange weg te gaan

De positieve evolutie zal echter niet volstaan om de doelstelling van het Vlaamse Renovatiepact 2050 te halen. Volgens dat pact moeten alle bestaande woningen tegen dan een E-peil van E60 of lager hebben. Maar daar zijn we nog lang niet, ook al is E60 een pak minder goed dan de E19 van de huidige nieuwbouwwoningen: vandaag haalt slechts 5 procent van de bestaande woningen E60. Liefst 95 procent voldoet dus niet en moet dringend worden gerenoveerd.

De minister is zich daar naar eigen zeggen van bewust: ‘De volgende jaren zetten we verder in op het betaalbaar maken van renovaties’, zegt Demir. ‘Op de agenda van de Vlaamse regering staat nog een andere inhaalbeweging: die van de vereenvoudiging. Zowel van de procedures als van het uitgebreide landschap van premiestelsels.’

Vorig jaar werden overigens ruim 100.000 premies goedgekeurd door netbeheerder Fluvius, vooral voor hernieuwbare energie. Dat is een stijging van 19 procent in vergelijking met 2018.