Belgische achtervolgingsploeg bij de vrouwen nipt niet naar de Olympische Spelen
Foto: Marc Van Hecke

Het heeft niet mogen zijn. De Belgische achtervolgingsploeg bij de vrouwen heeft zich niet kunnen plaatsen voor de Olympische Spelen in Tokio. Op het WK in Berlijn geraakten ze niet door de kwalificaties. Dat deed ook grote concurrent Frankrijk niet, maar zij reden wel 283 duizendsten sneller. Een zucht, maar omdat de Belgen achter Frankrijk eindigen is de droom voorbij.

België trad aan met Jolien D’hoore, Lotte Kopecky, Shari Bossuyt en Gilke Croket, die de niet fitte Annelies Dom verving. Ze startten als derde van de twaalf teams en lieten na 4 km 4’21’’700 optekenen. Dat was meer dan een seconde boven het Belgische record (4’20”497), gereden vorig jaar eind november in Hongkong. En zelfs een mindere tijd dan de op papier zwakkere Ieren die voor hen reden. Toen was al duidelijk dat kwalificatie voor de Olympische Spelen moeilijk ging worden. Opmerkelijk: de Belgen reden een zwakke slotronde, Jolien D’hoore moest zelfs een gaatje laten met Kopecky en Bossuyt. Het is de tijd van de derde renster die telt. Iets voor halfweg had ook al Croket, die als startster fungeerde, moeten afhaken.

Toen daarna ook grote concurrent Frankrijk het beter deed, was het duidelijk: geen Olympische Spelen voor de Belgische achtervolgingsploeg. Al was het nipt: Frankrijk reed 4’21”417. Dat betekent een verschil van 283 duizendsten. Na vier jaar strijden voor Tokio komt dit minieme verschil heel hard aan.

Daarna moesten nog zes toplanden rijden, die deden het een voor een beter dan de Belgen, die finaal tiende eindigden. Eén plaatsje achter Frankrijk, het enige team dat niet voor hen mocht eindigen. Want de Fransen wippen over België naar plaats acht op de olympische ranking.