Wilmès aanvaardt dat België meer zal betalen aan EU
Sophie Wilmès Foto: Photo News

Het gat dat de Brexit achterlaat in de Europese begroting moet gevuld worden door de overblijvers. De nieuwe Europese meerjarenbegroting staat op het programma van de top in Brussel. Premier Sophie Wilmès aanvaardt de hogere kosten voor België. Toch wil ze de ‘situatie voor België, de regio’s en de landbouwers verbeteren’.

Met het Verenigd Koninkrijk valt een grote nettobetaler aan de Europese begroting weg, tegelijk is er geld nodig voor nieuwe uitdagingen: onder meer de klimaatverandering, digitalisering en migratie. Wilmès rekende eerder al voor dat België daardoor jaarlijks 1,2 miljard euro netto extra zou moeten betalen aan de Europese begroting.

‘Het is heel moeilijk, een echte uitdaging, maar ik ben mij ervan bewust dat de huidige situatie al een heel groot compromis is’, erkende Wilmès. Het neemt niet weg dat de premier van de regering in lopende zaken een aantal verbeteringen voor ons land wil zien. Onder meer voor de landbouwers. België dreigt de komende jaren 800 miljoen euro te verliezen. ‘Dat moet gecorrigeerd worden’, vindt Wilmès.

De premier hoopt ook nog iets extra in de wacht te slepen voor de regio’s. Zij zouden zo’n 270 miljoen euro verliezen. ‘Dit is het begin van de onderhandelingen. Je weet nooit waar het zal landen, maar de bedoeling is de situatie voor België, de regio’s en de landbouwers te verbeteren.’

België zal tot 2027 jaarlijks zo’n 2,5 miljard euro aan douanerechten innen voor de Europese begroting. Nu mag ons land nog 20 procent houden, maar volgens het huidige compromisvoorstel zouden dat percentage dalen tot 12,5 procent. ‘Ik hoop dat we hoger landen’, zei Wilmès.

Net als de andere regeringsleiders maakt Wilmès zich op voor lange en complexe onderhandelingen. Of die manoeuvres deze top reeds tot een akkoord zullen leiden, blijft koffiedik kijken. ‘Hopelijk wel. Ik ben vastberaden, maar ook realistisch. We zullen zien wat mogelijk is. Kan het niet in één top, dan zullen we elkaar nog eens terugzien.’