Gemeenten winnaars, bedrijven verliezers in Vlaamse begroting
Vlaams minister van Begroting Matthias Diependaele. Foto: ISOPIX

De Vlaamse regering deelt dit jaar 166 miljoen extra uit aan de gemeenten. In de subsidies aan bedrijven wordt flink het mes gezet.

De cijfers komen uit de jaarlijkse evaluatie van de Vlaamse begroting door de Serv (Sociaal-economische raad van Vlaanderen), een overlegorgaan van vakbonden en werkgevers. Die berekende dat de gemeenten liefst 41 procent krijgen van de 404,9 miljoen aan nieuwe beleidsruimte die de Vlaamse regering met besparingen heeft vrijgemaakt. Bovenop de jaarlijkse groei van het Gemeentefonds gaat er nog eens 130,8 miljoen naar nieuwe beleidsinitiatieven en 31,2 miljoen naar het openruimtefonds, dat vooral landelijke gemeenten moet ondersteunen. Ook in de eigen overheid wordt opnieuw geïnvesteerd.

De grootste besparing is die op de subsidies aan ondernemingen, vooral dan de doelgroepenkorting, een RSZ-korting voor bedrijven die werknemers uit bepaalde moeilijke doelgroepen aannemen. De regering-Jambon is van mening dat 55-plussers niet meer de kwetsbare positie op de arbeidsmarkt hebben die ze vroeger hadden. De minimumleeftijd voor de RSZ-korting wordt daarom opgetrokken naar 58 jaar. Ook de doelgroepenkorting voor laaggeschoolde jongeren is teruggedraaid.

Samen met andere besparingen krimpen de subsidies aan ondernemingen met 181,4 miljoen euro.

De subsidiestromen naar vzw’s (middenveld, cultuur, ...), die de voorbije maanden zwaar protesteerden, dalen met iets meer dan honderd miljoen.

De sociale partners van de Serv vinden het positief dat er niet wordt bespaard op investeringen. Toch trekt de Vlaamse regering niet volop de kaart van de investeringen, stelt de Serv vast. ‘Er zijn geen garanties dat de extra middelen voor de lagere overheden aangewend zullen worden om effectief te investeren. De sociale partners vragen opnieuw dat ook Vlaanderen zelf meer investeringen doet’, zegt voorzitter Danny Van Assche. ‘We blijven daar wat op onze honger zitten. We blijven het belangrijk vinden dat de Vlaamse overheid blijft toezien dat dit geld wordt gebruikt voor investeringen en niet voor iets anders.’