10.000 gepensioneerden hebben flexi-job
Foto: Inge Kinnet

In 2019 hadden drie keer meer gepensioneerden een flexi-job dan het jaar daarvoor. Minister Philippe De Backer (Open VLD) blijft pleiten voor een uitbreiding van de regeling.

Sinds begin 2018 kunnen ook gepensioneerden het statuut van flexi-jobber gebruiken. Na een halfjaar stond de teller op 1.500, een peulschil in vergelijking met het aantal werknemers (meer dan 40.000) dat toen naast zijn reguliere job een flexi-job uitoefende. Nadien kwam een stroomversnelling en eind vorig jaar waren er al 9.897 gepensioneerden met een flexi-job. Ook het totale aantal flexi-jobbers neemt toe: net geen 70.000 eind 2019, een stijging van 35 procent in een jaar tijd.

Minister van Sociale Fraudebestrijding Philippe De Backer (Open VLD) zegt dat 'de jobs doen waarvoor ze bedoeld zijn: pieken in de horeca en de handel opvangen met een eenvoudig statuut’. Hij doet nogmaals een oproep om de regeling uit te breiden naar andere arbeidsintensieve sectoren, zoals de bouw, de tuinbouw, elektro en taxidiensten. Ook voor werk­lozen zou het volgens hem een tijdelijke opstap kunnen zijn naar de arbeidsmarkt.

Zeven uur per week

Gemiddeld verdient een flexi-jobber vijf uur per week bij. Voor gepensioneerde flexi-jobbers is dat gemiddeld zeven uur per week. De cijfers over de sectoren waar de 65-plussers bijverdienen zijn nog niet volledig, maar het merendeel biedt zijn diensten aan in de horeca.

Wie na zijn pensioen en een volledige loopbaan aan de slag wil blijven, kan in de horeca en in de detailhandel zoveel werken als hij wil. Er staat ook geen limiet op het bedrag dat hij of zij mag bijverdienen. Alleen de werkgever betaalt een sociale bijdrage van 25 procent.