Helft minder ‘working poor’
In landen als Bangladesh ligt het aantal ‘working poor’ nog erg hoog. Foto: AFP

Wereldwijd leven zo’n 630 miljoen werknemers in armoede omdat hun loon te laag is om van te leven. Vijfentwintig jaar geleden waren er nog dubbel zoveel ‘working poor’.

Het aantal working poor (letterlijk: ‘werkende armen’) is in kaart gebracht door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). De cijfers staan in de editie 2020 van de jaarlijkse World Employment and Social Outlook.

Met working poor wijst de IAO naar twee categorieën van werknemers: een eerste groep die minder dan 1,90 dollar per dag verdient, en in extreme armoede leeft, en een tweede groep die nauwelijks beter af is en moet rondkomen met een daginkomen tot maximaal 3,20 dollar.

In 2019 stond de teller voor de armste groep op zo’n 234 miljoen werknemers, of 7,1 procent van de werkende wereldbevolking. Daarnaast zijn er 402 miljoen ‘gematigd arme’ werknemers, goed voor 12,2 procent van de totale werknemerspopulatie.

Samen geeft dat 636 miljoen ‘werkende armen’. Bijna een op de vijf van iedereen die een job heeft, valt onder de classificatie van working poor.

‘Armoede wegwerken’

Het IAO-rapport bevat ook goed nieuws. Amper vijfentwintig jaar geleden, in 1994, waren er nog dubbel zoveel working poor. Toen stond de teller op 1,257 miljard werknemers die in armoede leven. Vooral het aantal werknemers dat in extreme armoede leeft, met minder dan 1,90 dollar per dag, is sterk afgenomen.

De Internationale Arbeidsorganisatie voorspelt voor de volgende vijf jaar een verdere afname met 11 procent van het aantal werknemers in extreme armoede, maar de organisatie benadrukt dat ze dat tempo ‘te traag vindt’ om tegen 2030 de eigen doelstelling (geen working poor meer) te halen. 

Arm Afrika

Voorlopig blijven er evenwel landen bestaan waar een erg hoog percentage van de werkende bevolking, van 30 tot 40 procent, in armoede leeft. Dat is bijvoorbeeld het geval in een groot aantal Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara, in een aantal landen van het Midden-Oosten zoals Syrië of Irak, of in Zuid-Azië, zoals in Bangladesh of Sri Lanka.

Meestal gaat het om landen met een uitgebreide informele economie, en een erg laag officieel nationaal inkomen (bbp), van minder dan (gemiddeld) 1.000 dollar per inwoner per jaar.