Pluimveebedrijf in Dendermonde verliest vergunning door aanhoudende geurhinder
Empro Europe in Dendermonde. Foto: svl

De deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen heeft beslist om de vergunningen op te heffen van het pluimveeverwerkingsbedrijf Empro Europe, omdat er geen oplossing komt voor de aanslepende problematiek van geurhinder. ‘Zelfs na vele verbeteringspogingen blijft de hinder onaanvaardbaar’, zegt het provinciebestuur.

Buurtbewoners hadden al verschillende keren geprotesteerd aan het bedrijf in Dendermonde. Empro Europe startte in 2015 zijn bedrijfsactiviteiten, maar volgens omwonenden is de geurhinder ondraaglijk. Omwonenden groepeerden zich in een actiecomité ‘Bad Smell Hoogveld’. Ze spraken over ‘een stank waar je letterlijk braakneigingen van krijgt’. De firma plaatste al een biofilter van twaalf meter hoog, maar de hinder bleef aanhouden. Bij een bezoek aan het bedrijf in 2019 noemde onze redacteur tweemaal douchen en de kleren thuis meteen in de wasmachine doen, ook na slechts enkele minuten binnen, ‘geen overbodige luxe’.

De provincie Oost-Vlaanderen besliste eerst de milieuvoorwaarden voor het bedrijf niet aan te passen, hoewel de stad Dendermonde daar om had gevraagd. Op 10 september vroeg de stad aan de bestendige deputatie van Oost-Vlaanderen om de omgevingsvergunning van Empro Europe te evalueren en om te overwegen de vergunning te schorsen of op te heffen. De bestendige deputatie besloot op 26 september om de procedure op te starten.

De deputatie heeft donderdag beslist om de vergunningen van het bedrijf op te heffen. ‘Uit de van het college van Burgemeester en Schepenen van Dendermonde blijkt dat het bedrijf voor onaanvaardbare geurhinder zorgt, gelet op de frequentie, de intensiteit, de duur en de onaangenaamheid ervan’, zegt het provinciebestuur.

Geuronderzoek

De geurhinder werd bevestigd in een geuronderzoek dat werd uitgevoerd door een erkend deskundige, zegt de deputatie. ‘Op basis van alle elementen oordelen wij dat er geen garantie is dat de geurhinder, met de huidige installaties en bedrijfsvoering op de huidige locatie, tot een aanvaardbaar niveau kan worden herleid.’

Het bedrijf kan tegen de beslissing van de deputatie nog in beroep gaan bij de Vlaamse minister voor Leefmilieu. Het heeft daarvoor dertig dagen de tijd. De Vlaamse Regering neemt dan een beslissing binnen een termijn van honderdtwintig dagen. Mocht het bedrijf in beroep gaan, dan kan het in afwachting van een definitieve beslissing actief blijven.

Empro Europe verwerkt bijproducten van kippen - denk aan pluimen, kippenruggetjes en nekken vol kraakbeen - tot poeders die gebruikt worden bij de productie van onder meer visvoer en hondenvoer.