NMBS in 2019: minder spoorlopers, stiptere treinen
Foto: Photo News

Voor het eerst in vier jaar ging de stiptheid op het spoor boven de 90 procent. Dat is de verdienste van de spoorbedrijven, maar toch vooral van minder incidenten met ‘derden’.

Nadat het vier jaar lang almaar verder de verkeerde richting was uitgegaan, maakte de stiptheid op het spoor in 2019 een positieve knik. 90,4 procent van de treinen reed met minder dan zes minuten vertraging. Dat is het hoogste aantal sinds 2015, toen was het 91 procent. Vooral de jongste maanden van het vorige jaar – die door de winterse temperaturen meestal moeilijk verlopen – ging het uitzonderlijk vlot.

Hebben spoorbedrijven Infrabel en NMBS gedaan wat ze vooropgesteld hadden? Voor het federaal parlement presenteerden ze begin vorig jaar een plan met een vijftigtal maatregelen om de stiptheid ‘op korte termijn’ te verbeteren.

Dat plan kwam er nadat de stiptheid in 2018 een dieptepunt had bereikt. De reiziger was historisch ontevreden en minister van Mobiliteit François Bellot (MR) zei dat ‘de tijd van excuses’ voorbij was. ‘Het is tijd dat de spoorwegen hun verantwoordelijkheid opnemen’, zei de minister.

Maar de opwaartse knik vorig jaar heeft vooral te maken met de vermindering van incidenten door ‘derden’. Dat komt in de eerste plaats omdat er minder spoorlopers waren. Het aandeel vertragingen dat aan Infrabel of de NMBS kan worden toegewezen, is vorig jaar toegenomen tot respectievelijk 24 en 32 procent. ‘We willen geen hoera roepen’, zegt woordvoerder van Infrabel Thomas Baeken. ‘We zijn er ons van bewust dat het nog beter moet. We zullen niet op onze lauweren rusten.’

Meer buffertijd

Wat volgens Baeken ook een positieve impact had op de stiptheid, is de ‘herorganisatie’ van het verkeer dat door de Brusselse noord-zuidverbinding rijdt. Die tunnel onder de hoofdstad is een cruciale schakel in het Belgische spoorwegnet. Hij slikt een derde van alle treinen: als daar iets misloopt, heeft dat een impact in het hele land (DS 24 januari 2019). Om incidenten ‘beter in te dammen’, werd eind 2018 een minuut extra reistijd – ‘buffertijd’ – toegevoegd aan heel wa t trajecten door de noord-zuidas.

Wat ook heeft bijgedragen aan de betere stiptheid, was de verdubbeling van de capaciteit op de spoorlijn 50A tussen Brussel en Denderleeuw – een ‘slagader’ van het net. ‘Als de treinen daar stipter kunnen rijden, heeft dat weerslag op de globale statistieken’, zegt Baeken. De NMBS wijst nog op een efficiënter onderhoud van de treinen in een nieuwe werkplaats in Melle en de gewijzigde vertrekprocedure.

Het aantal afgeschafte treinen ging vorig jaar wel fors de hoogte in, tot net geen 30.000. Dat is de helft meer dan twee jaar eerder.