De regeringsmeerderheid in het parlement van Montenegro heeft een nieuwe omstreden kerkwet goedgekeurd. De oppositie had de stemming proberen te verhinderen door rookgranaten te gooien.

Uiteindelijk moesten de veiligheidsdiensten tussenbeide komen om de oppositie uit het parlement te zetten. De zaak ligt heel gevoelig: honderden aanhangers van de oppositie hadden overdag al geprotesteerd op straat.

De nieuwe wet bepaalt dat kerken die in het land actief zijn moeten aantonen wie eigenaar was van gebouwen en vastgoed die voor 1920 in hun bezit zijn gekomen. De regeling is controversieel, omdat ze het conflict op scherp zou zetten tussen de Servisch-Orthodoxe Kerk (SOK), die dominant is in het land en door Belgrado gesteund wordt, en de nieuwe, autonome Montenegrijns-Orthodoxe Kerk (MOK). De SOK zou door de wet eigendommen en invloed kunnen verliezen.

Onafhankelijke status

Montenegro was tot 1918 een onafhankelijk koninkrijk met een eigen orthodoxe kerk. Na de inlijving van het landje aan de Adriatische Zee in het pas opgerichte Joegoslavië, dat geleid werd door een Servische koning, verloor de MOK in 1920 via een koninklijk besluit haar ‘autocefale’ of onafhankelijke status. De kerk, samen met haar eigendommen, werd deel van de SOK.

Maar sinds 2006 is Montenegro weer onafhankelijk. De regering in Podgorica streeft sindsdien het herstel na van de eigen MOK. En de SOK in Belgrado gaat daar niet mee akkoord. Ze is in geen enkel geval bereid de autocefale MOK te erkennen.