Boeing heeft voor de eerste keer zijn ruimtecapsule Starliner onbemand naar het Internationaal Ruimtestation (ISS) gelanceerd. Maar de test is niet zoals gepland verlopen. De VS kan al bijna negen jaar - sinds het afvoeren van de spaceshuttles - niet zelf astronauten naar het ISS brengen.

Na de lancering kon de capsule geen koers richting het ISS zetten. De Starliner is wel in een 'stabiele baan' rond de aarde gebracht. Maar de capsule had meer brandstof verbruikt dan gepland. Daarom kan ze het ISS niet meer bereiken. De Starliner zal terug naar de aarde gestuurd worden.

Als er astronauten aan boord zouden geweest, dan hadden ze de fout kunnen corrigeren en alsnog naar het ISS kunnen gaan, zegt Kim Bridenstine van de Nasa. 'Veel dingen zijn goed verlopen. Daarom testen we.'

De Starliner werd gelanceerd met behulp van een Atlas-V draagraket. Aan boord waren dus geen astronauten, maar wel een pop die Rosie werd gedoopt, een knuffel Snoopy, en zowat 300 kilogram aan voorraden en uitrusting voor de bemanning van het ISS. De testdummy Rosie moet ingenieurs informatie geven over hoe echte astronauten de vlucht zouden ervaren.

Boeing is een van twee bedrijven die door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie Nasa zijn aangeduid om ruimteschepen te bouwen die zullen worden ingezet tussen de aarde en het ISS. De tweede is SpaceX van Elon Musk, waarvan de Crew Dragon in maart een succesvolle onbemande testvlucht naar het ISS ondernam. Beide bedrijven zouden vanaf volgend jaar bemande vluchten mogen uitvoeren. De bedoeling is dat de Nasa voor zijn astronauten dan plaatsen reserveert bij de commerciële bedrijven.

Sinds het einde van de Space Shuttle in 2011 voeren de Amerikanen geen eigen bemande ISS-ruimtevluchten meer uit. Sindsdien zijn Amerikaanse astronauten voor missies in het ISS aangewezen op de Russische Sojoez als transportmiddel.

Eerste testvlucht nieuwe ruimtecapsule Boeing noodgedwongen ingekort
Foto: AFP