‘Perfesser Gents’ Freek Neirynck (70) overleden
Freek Neirynck Foto: DVH

Een paar weken nadat hij een ‘Handje’ had gekregen van de Gentse Sosseteit en nadat er een boek over zijn leven was verschenen, is Freek Neirynck (70) overleden. De duizendpoot sukkelde al langer met de gezondheid maar volgens zijn compagnon-de-route Luk De Bruyker komt zijn dood toch plots.

‘Ik heb niets meer te bewijzen.’ Het was eind vorige maand de titel van zijn laatste interview in De Gentenaar. Een afscheidsinterview blijkt nu. Freek Neirynck heeft het Gentse cultuurleven jarenlang gekleurd. Hij was journalist, acteur, theater-auteur, regisseur en organisator van het Puppetbusker-festival. Als ‘perfesser Gent’ doceerde hij ons mooie dialect. Bij ’t Spelleke van Pierke Pierlala was hij de ‘tekstfournisseur’.

De afgelopen jaren had Neirynck een tweede thuis gevonden in Oostende. De meeste van zijn activiteiten had hij stopgezet. In het interview vertelde hij dat zo: ‘Dat klopt. Ik heb alles gedaan wat ik moest doen, alles wat ik wilde doen en alles wat ik kon bereiken. Dus waarom nog verder etteren? Ik heb te veel mensen gezien die bleven doorgaan tot het niet veel zin meer had, wat ze schreven of tekenden. Met dat eeuwige kwaliteitsideaal van mij in mijn hoofd, dacht ik: stop voor je slecht wordt.’

Ondanks zijn perfecte kennis van het Gents was Neirynck een geboren West-Vlaming. Vaak werden er grapjes over gemaakt. Maar Freek was Gentenaar in hart en nieren. ‘Ik ben geboren in Tielt, mijn ouders zijn van Ruiselede. Maar zij verhuisden naar Gent toen ik een halfjaar oud was. Onmiddellijk naar de Brugse Poort, dus moést ik wel Gents leren. Op school werd ik uitgelachen omdat ik een roste was, maar ook omdat ik boers sprak. In de Brugse Poort was alles wat niet Gents was, boers.’

Freek Neirynck werd 70 jaar. Maar het voelde meer. ‘Ik heb heel schoon geleefd’, zei hij eind vorige maand. ‘Als ik al mijn herinneringen samen leg, kom ik aan 180 jaar.’ Op de vraag hoe hij wil worden herinnerd: ‘Om mijn toneelschrijfkunst in het algemeen, en de drijfveer van dat schrijven: het sociaal engagement. Ook om de camaraderie met zo veel mensen, waarin ik zelden werd bedrogen. Als een lieve minnaar ook, en als een potentieel schitterende vader. En ik wil als een lief man worden herinnerd. Mijn intiemste vrienden weten dat ik dat ben. Het gedacht van de massa is soms anders, zeker over mensen die in de belangstelling staan, maar ik heb daar geen last van.’