Zes procent of meer besparen op partijfinanciering? ‘Sommige partijen spelen immomakelaar met belastinggeld’
Willem-Frederik Schiltz Foto: isopix

Parlementsvoorzitter Liesbeth Homans (N-VA) wil zes procent besparen op de werking van het Vlaams Parlement, én op de toelagen voor de fracties. Er was aanvankelijk geen consensus, omdat Open VLD een grondig debat wou. Maar de partij gaat er nu toch in mee, en wil méér besparen: ‘Ook parlementsleden moeten vijf procent op hun loon inleveren.’

De zes procent in het voorstel van Homans is niet lukraak gekozen: ook de cultuur- en de zorgsector ondergaan bijvoorbeeld een generieke besparing van zes procent op de werkingskosten. Daarop kwam de voorbije weken veel protest. Onder meer van misnoegde kiezers die vinden dat ‘de politiek ook maar moet besparen’.

Liesbeth Homans werkte een voorstel uit waarbij óók het Vlaams Parlement op zijn werking moet besparen én de partijen minder geld krijgen voor de werking van de fracties. Het gaat om een besparing van 765.000 euro op de dotaties voor de fractiewerking.

‘Inspanning van de grootsten nodig’

Het voorstel kwam maandag op de agenda van het Bureau, een orgaan waarin alle fractieleiders wekelijks overleggen over het reilen en zeilen van het parlement. Het kabinet van Homans bevestigde vanmorgen aan De Standaard dat er geen consensus was. Open VLD-fractieleider Willem-Frederik Schiltz stelde voor om het debat over de financiering eerst ten gronde te voeren. ‘Alle partijen hadden hun eigen voorstellen om de financiering van de politiek te herbekijken. Open VLD wilde verder gaan dan de zes procent die op tafel lag’, klinkt het in een persbericht van Schiltz. 

Maar in het persbericht stelt Schiltz nu ook: 'Uiteraard zijn we bereid het voorstel van 6 procent al te steunen en tegelijk roepen we de andere partijen op om méér te besparen.' Het lijkt er dus op dat een consensus toch nog mogelijk is, en Open VLD het voorstel-Homans wil steunen. 

Hoe wil Open VLD dan méér besparen? ‘Ten eerste willen we dat Vlaamse parlementsleden zelf een inspanning doen en 5 procent inleveren op hun loon’, meldt Schiltz. ‘In de Kamer is dat al sinds 2012 het geval, hoog tijd dat het Vlaams Parlement nu volgt.’

Schiltz wil verdergaan, en het hele systeem van partijfinanciering herbekijken. ‘Er zijn partijen die zo veel geld hebben dat ze immomakelaar spelen door met belastinggeld vastgoed op te kopen en te verhuren. Dat is nooit de bedoeling geweest. De partijdotaties dienen om een normale politieke werking te financieren. Er moet dus een eerlijker systeem komen met een faire inspanning van de grootsten.’ Lees: de N-VA. De Vlaams-nationalisten zijn immers dubbel zo rijk als de rest. Schiltz lijkt te verwijzen naar het feit dat de N-VA in 2017 winst boekte met de verhuur van een deel van zijn hoofdkwartier in Brussel. Maar om aan de partijfinanciering iets te veranderen, is een wetswijziging op federaal niveau nodig. Het is immers federale materie. 

Niet transparant

Dat er vet in de soep zit bij de politieke partijen in ons land is duidelijk. Hun totale nettovermogen explodeerde van 55,6 miljoen euro in 1999 naar 138,4 miljoen euro in 2017, een absoluut recordbedrag. Dat berekenden de Leuvense politicologen Bart Maddens, Jef Smulders en Wouter Wolfs in het boek ‘De prijs van politiek’, dat begin dit jaar verscheen. Uit hun onderzoek werd ook duidelijk dat de partijfinanciering in ons land het gevolg is van een kluwen aan regels, wetten en reglementen. Dat maakt dat de dotaties niet transparant zijn. Een ander probleem is dat partijen geld voor de werking van de fracties vaak inzetten voor de partij, terwijl dat in andere landen strikt gescheiden is.