Minstens 304 doden door 'meedogenloze repressie' in Iran
Foto: AFP
In Iran zijn minstens 304 mensen gedood bij het neerslaan van de protestgolf die er midden november uitbrak. Dat blijkt uit een balans van de mensenrechtenorganisatie Amnesty International.

'De Iraanse autoriteiten blijven in het hele land hard optreden na de manifestaties van 15 november en pakten inmiddels al duizenden demonstranten, journalisten, mensenrechtenactivisten en studenten op om te verhinderen dat zij zich zouden uitspreken over deze meedogenloze repressie', hekelt Amnesty in een communiqué.

Onder de dodelijke slachtoffers bevinden zich naar verluidt ook zeker twee tieners, van 15 en 17 jaar oud. De mensenrechtenorganisatie zegt over getuigenissen te beschikken die aantonen dat 'de Iraanse autoriteiten bijna onmiddellijk na het doden van honderden personen een grootschalige repressie op poten hebben gezet'. Met die repressie wilden ze angst zaaien en verhinderen dat mensen openlijk over de gebeurtenissen zouden spreken.

Bovendien zouden de veiligheidsdiensten een maand na het uitbreken van het volksprotest nog steeds massaal mensen arresteren.

'Verschrikkelijke slachting'

De protesten braken uit op 15 november naar aanleiding van de verhoging van de brandstofprijzen. Benzine in Iran is goedkoop – met zijn rijke oliereserves kan het land de gemiddelde prijs rond de 20 eurocent per liter houden – maar de lonen in het land zijn ook erg laag. Onderhuidse spanningen over de belabberde staat van de economie, die volgens het Internationaal Muntfonds dit jaar met bijna 10 procent.

De demonstraties verspreidden zich naar een honderdtal steden. De autoriteiten gaan er prat op dat ze op enkele dagen tijd de orde herstelden, maar dat ging gepaard met 'een verschrikkelijke slachting', hekelde Amnesty begin december. 

Cruciaal bij het smoren van elke weerklank was dat het regime al in de namiddag van 16 november vaste telefoongesprekken én zowat het hele internet zo goed als afsloot. Pas bijna een week later werden die communicatiekanalen mondjesmaat weer vrijgegeven. De beelden die de weken erna naar buiten geraakten, tonen vaak vreedzame betogingen die plots ontaarden in rellen wanneer ‘veiligheidsdiensten’ het vuur openen – soms vanop de daken van overheidsgebouwen. Betogers worden geslagen met metalen staven, dode lichamen worden door de ordetroepen van de straten gesleept.

'Enorme samenzwering'

In de versie van het regime maakten de betogingen deel uit van een ‘enorme samenzwering’. ‘We hebben ons gematigd en geduldig getoond tegenover de vijandige manoeuvres van de VS, het zionistische regime (Israël, red.) en Saudi-Arabië’, bezwoer generaal Hossein Salami, hoofd van de Revolutionaire Garde. ‘Maar als ze een rode lijn overschrijden, zullen we hen vernietigen’, klonk het.

Iran heeft een duaal systeem, waarbij een president en parlement worden verkozen en het dagelijks bestuur uitoefenen, maar waarbij de uiteindelijke macht ligt bij een religieuze bovenbouw onder leiding van de ‘Opperste Leider’, ayatollah Ali Khamenei (80). De Revolutionaire Garde, het zogenaamde 'leger binnen het leger' van het islamitische regime. De Revolutionaire Garde is alleen verantwoording verschuldigd aan de opperste leider.

De autoriteiten bevestigden tot hiertoe slechts vijf overlijdens: vier leden van de ordediensten die door de 'relschoppers werden gedood' en een burger. Begin december kondigde de regering een officiële balans aan. Die werd echter nog steeds niet vrijgegeven.