‘Het verhaal is hiermee niet afgerond. Wij vrezen de nefaste gevolgen van het carnaval dat, erkend of niet door de Unesco, op grote schaal anti-Joodse vooroordelen verspreidt.’ Dat zegt het Coördinatiecomité van de Joodse Organisaties van België (CCJOB).

Hoewel het CCJOB tevreden is met de uitspraak van de Unesco om het carnaval in Aalst van de lijst van immaterieel cultureel erfgoed te schrappen, vreest de organisatie voor nieuwe provocaties. ‘Het CCJOB herhaalt dat het zich niet uitspreekt over de bedoelingen van de organisatoren van het carnaval, over de verantwoordelijken voor de karikaturale poppen of over de plaatselijke burgemeester. Het CCJOB wil echter het gebruik aanklagen, tijdens een volksfeest, van anti-Joodse karikaturen die teruggaan op de nazitijd’, zegt het comité in een mededeling.

Yohan Benizri, de voorzitter van het CCJOB: ‘Nu vrezen wij eveneens de nefaste gevolgen van het carnaval dat rechtstreeks of onrechtstreeks, erkend of niet door de Unesco, op grote schaal anti-Joodse vooroordelen zoals haakneuzen, geldhandel en economische wereldheerschappij verspreidt. Dergelijke giftige gemeenplaatsen horen niet thuis op wat een plezierig en vreugdevol feest zou moeten zijn. Onze kinderen mogen en moeten niet worden blootgesteld aan soortgelijke clichés.’

Het World Jewish Congress in New York roept de carnavalisten ook op om lessen te trekken uit de beslissing van Unesco. ‘Ik roep de organisatoren op om afstand te nemen van de haatdragende beelden, al is het maar om te verzekeren dat hun kinderen zullen opgroeien in een meer tolerante wereld’, zegt voorzitter Ronald S. Lauder.