Leesvaardigheid Vlaamse jongeren gaat verder achteruit
Foto: Hollandse Hoogte / Sabine Joosten

De leesvaardigheid van de Vlaamse vijftienjarigen is er ten opzichte van 2015 ‘aanzienlijk’ op achteruitgegaan. Dat blijkt uit de nieuwste Pisa-resultaten, die de Oeso vandaag publiceert. Voor wetenschappen en wiskunde is de daling sinds 2015 verwaarloosbaar.

Elke drie jaar publiceert de Oeso, de denktank van voornamelijk rijke industrielanden, de resultaten van het Pisa-onderzoek, dat de leesvaardigheid en wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid van vijftienjarigen test. Bij Pisa 2018, waarvan de resultaten dinsdag zijn bekendgemaakt, waren in Vlaanderen 4.882 leerlingen uit 172 scholen betrokken.

Voor leesvaardigheid is de achteruitgang ten opzichte van 2015 ‘aanzienlijk’, zegt minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). Voor de eerste keer sinds het begin van de tests in 2000 vallen de Vlaamse vijftienjarigen voor leesvaardigheid uit de top tien van de Oeso-landen. Binnen Europa moet Vlaanderen voor leesvaardigheid Ierland, Estland, Letland en Polen laten voorgaan. Een op de vijf Vlaamse leerlingen haalt het minimumniveau niet: ze kunnen teksten niet goed gebruiken en ze kunnen er de belangrijkste elementen niet uithalen.

Voor wetenschappen en wiskunde laat Vlaanderen sinds 2015 een lichte, maar niet-significante daling optekenen. Voor deze domeinen scoren de jongeren dus hetzelfde. Ze behoren ook nog steeds tot de Europese subtop. Tussen 2003 en 2018 daalde het aantal toppresteerders voor wiskunde wel in geen enkel land zo sterk (-15 procent) als in Vlaanderen.

Minister Weyts maakte dinsdagochtend bekend dat hij Oeso-topman Dirk Van Damme heeft gevraagd om een expertengroep samen te stellen. Die moet maatregelen voorstellen om de neerwaartse trend terug om te buigen.

Onvoldoende voortgang

De Pisa-resultaten voor leesvaardigheid baren dus zorgen. Vandaag werden ook de resultaten van Pirls Repeat voorgesteld, een vervolgstudie op de leesvaardigheidstest Pirls uit 2016. Toen kende Vlaanderen een dramatische daling. Pirls Repeat testte dezelfde groep leerlingen, die op dat moment dus in het zesde leerjaar zaten.

Uit de vervolgstudie blijkt dat er tussen het vierde en het zesde leerjaar onvoldoende leerwinst geboekt werd voor begrijpend lezen. De leerlingen halen in het zesde leerjaar het niveau van de best presterende landen uit de test voor het vierde leerjaar: ze doen er dus twee jaar langer over om het topniveau te bereiken. Volgens vier van de vijf gebruikte maatstaven is de leerwinst tussen het vierde en het zesde leerjaar duidelijk kleiner dan verwacht.

Uit het Pisa-onderzoek blijkt dat de negatieve trend zichtbaar is in alle onderwijsvormen, ook in het aso. Vroeger was amper één procent van de ‘laagpresteerders’ voor leesvaardigheid een aso-leerling: nu vind je al zeven procent van die laagpresteerders in het aso. De Vlaamse leerlingen geven overigens amper blijk van leesplezier: de helft van de Vlaamse vijftienjarigen bestempelt lezen zelfs als tijdverlies.

‘Moeten de tanker keren’

‘Deze resultaten kan en mag je niet wegwuiven’, zegt Ben Weyts. ‘Jaar na jaar zijn er wel experts die de slechte resultaten relativeren, maar ik wil dat uitdrukkelijk níet doen. Zeker de evolutie op lange termijn kunnen we niet naast ons neerleggen. We moeten nú ingrijpen en de kwaliteit opkrikken.’

‘Ten eerste moeten we focussen op Nederlands,’ zegt Weyts, ‘want taal is de sleutel tot alle andere kennis. Ten tweede moeten we de lat hoger leggen, met aangescherpte eindtermen die focussen op Nederlands en wiskunde. Ten derde moet ons onderwijs meer in de spiegel kijken, met in heel Vlaanderen dezelfde proeven die meten of we erin slagen om leerwinst te boeken. Het zal zeker tien jaar duren voor we effecten van die aanpak zien. Op korte termijn zullen er niet meteen meetbare resultaten zijn, maar we moeten de tanker wel keren’.

Vlaanderen is overigens niet de enige regio die achteruitgang boekt. Zo is de wiskundeknobbel van Finse en Duitse leerlingen er ook significant op achteruitgegaan. Wat leesvaardigheid betreft, valt vooral de dramatische achteruitgang in Nederland op. Daar is bij een kwart van de leerlingen de leesvaardigheid onvoldoende om 'goed mee te kunnen doen in de samenleving'. Ten slotte blinken Duitse, Finse en Nederlandse leerlingen ook steeds minder uit in wetenschappen.