D’Hose over subsidiestop: ‘Compromis waar Open VLD 100 procent achter staat’
Vlaams parlementslid Stephanie D’Hose (Open VLD) Foto: BELGA

De geplande subsidiestop in het sociaal-cultureel volwassenenwerk geldt énkel voor organisaties die segregatie in de hand werken, benadrukt Vlaams parlementslid Stephanie D’Hose (Open VLD). Dat de regering het laatste woord heeft, noemt ze ‘het primaat van de politiek.’

Met een ongeziene snelheid verstrengt de Vlaamse regering de regels voor de toekenning van subsidies aan het middenveld. Alleen sociaal-culturele organisaties en bewegingen die zich niét terugplooien op de eigen etnisch-culturele afkomst, zullen nog subsidies kunnen krijgen. Dat staat in het pas gepubliceerde voorstel van decreet van N-VA, CD&V en Open VLD.

Vlaams parlementslid Stephanie D’Hose (Open VLD), tijdens de vorige legislatuur nog adjunct-kabinetschef van toenmalig Cultuurminister Sven Gatz, verdedigt de verstrenging. Volgens haar staat die niet haaks op de liberale leuze dat ‘niet je afkomst, maar je toekomst telt’. ‘Alleen organisaties die segregatie in de hand werken, zullen hun subsidie verliezen. We zullen daarbij niet over een nacht ijs gaan: via een systeem met visitaties en een beoordelingscommissie wordt iedereen over dezelfde kam geschoren.’ Dat finaal de Vlaamse regering beslist, noemt D’Hose ‘het primaat van de politiek’.

‘Het gaat niet om 300 organisaties, hé’, nuanceert het liberale parlementslid. Ze wil nog geen namen noemen, maar geeft wel een positief tegenvoorbeeld: Merhaba, een beweging voor holebi’s met Maghrebijnse roots, heeft een dubbele werking en verdient dus zeker subsidies, vindt Stephanie D’Hose. ‘Het moet dus geval per geval bekeken worden.’

Geven en nemen

De Gentse wijst erop dat het decreet aan vernieuwing toe was, omdat het van oudsher grote organisaties zoals Femma (van de christelijke zuil) wel erg veel subsidies toekende in vergelijking met nieuwe, kleine bewegingen zoals Ouders van Verongelukte Kinderen. ‘Er zat te veel rek op de subsidiespanning, en er werd weinig rekening gehouden met de maatschappelijke relevantie. De grote waren klaarblijkelijk too big to fail.’

Dat het ‘terugplooi’-criterium op vraag van de N-VA in de tekst staat, ontkent D’Hose niet. ‘Het regeerakkoord, en dus ook dit voorstel van decreet, is een compromis tussen de regeringspartijen. Een compromis is altijd geven en nemen. Maar inhoudelijk sta ik er 100 procent achter.’

Wel betreurt ze dat er niet meer tijd aan kan besteed worden in het parlement. ‘Ik had ook liever hoorzittingen georganiseerd, maar net omdát de procedure loopt, is het nu het moment om het decreet erdoor te duwen, anders zitten we weer voor vijf jaar vast. Maar ik begrijp de oppositie wel: fijn is anders.’