Sweatshop in Napels zou ook voor Armani en Fendi produceren
De sweatshop zou onder meer lederwaren produceren voor Fendi Foto: Catwalkpictures

De Italiaanse autoriteiten hebben een sweatshop ontdekt in Napels, waar tientallen illegale arbeiders ook lederwaren produceerden voor enkele luxehuizen, waaronder Saint Laurent, Fendi en Armani. Al ontkennen die enige betrokkenheid.

Het label ‘made in Italy’ garandeert niet altijd dat je kleding of accessoire in perfecte werkomstandigheden tot stand kwam. De Italiaanse carabinieri zijn deze week binnengevallen bij een sweatshop in Melito, een buitenwijk van Napels, waar een 50-tal arbeiders zonder contract zich had verstopt in een aparte ruimte, onder hen ook een zwangere vrouw en twee tieners.

Volgens Reuters zou een deel van de schoenen en handtassen die daar worden gemaakt, bestemd zijn voor luxehuizen Armani, Saint Laurent en Fendi, al ontkent elk van de modehuizen dat ze samenwerken met het bewuste bedrijf. Kering, het moederbedrijf van Saint Laurent, heeft een onderzoek ingesteld.

Zaakvoerder Vincenzo Capezzuto wordt beschuldigd van illegale tewerkstelling en ontvoering, al stelt zijn advocaat Rosario Pagliuca dat van dat laatste absoluut geen sprake is en de illegale arbeiders zich enkel hadden verstopt om te voorkomen dat het bedrijf zou worden gesloten.

Pagliuca kan de beslissing van zijn cliënt ook begrijpen en stelt dat kleine leveranciers vaak onderbetaald worden door de grote modehuizen en gedwongen worden tot dubieuze werkpraktijken. Volgens hem staat de regio rond Napels bekend als ‘het nieuwe China’ door de lage lonen en slechte werkomstandigheden. Nog volgens de advocaat kwam Capezzuto tot inzicht en krijgen de 43 arbeiders nu wel een volwaardig arbeidscontract.

Dat de sweatshop produceerde voor de luxehuizen zonder dat ze zelf op de hoogte waren, kan goed mogelijk zijn, bevestigde een anonieme bron uit de luxe-industrie aan Reuters. ‘De productieketen is soms te lang. Het gebeurt dat originele leveranciers werk uitbesteden aan andere bedrijven, zonder dat de modehuizen op de hoogte worden gebracht.’