Fout in nieuwe wet: verjaring voor zwaarste seksuele misdrijven daalt naar 10 jaar
Zorgcentrum na seksueel misbruik (archiefbeeld). Foto: Sven Dillen
De Kamer keurde donderdag een wet goed die de verjaringstermijn voor seksuele misdrijven op minderjarigen schrapt, maar maakte daarbij een juridische uitschuiver.

Het wetsvoorstel van John Crombez (SP.A) en Valerie Van Peel (N-VA) dat de verjaring van seksueel misbruik van minderjarigen schrapt, werd donderdag met een grote meerderheid goedgekeurd. Aangezien slachtoffers vaak pas na (tientallen) jaren mentaal klaar zijn om een klacht in te dienen, is de bestaande termijn van 15 jaar – alleen voor verkrachting met de dood tot gevolg geldt een verjaring van 20 jaar – te weinig, vindt zowat iedereen in de Kamer.

Tijdens de bespreking haalden de juristen in het parlement al twee fouten uit de tekst. Omdat het voorstel bijna een copy paste was van een tekst die vier à vijf jaar geleden al op tafel lag, was over het hoofd gezien dat ook recente seksuele misdrijven zoals kinderpornografie en voyeurisme moesten worden opgenomen in de lijst.

Verkrachting met dood tot gevolg

Na de stemming donderdag ontdekte Stefaan Van Hecke (Groen) nog een fout, die enkele vooraanstaande juristen bevestigden. Het opzet van de wet – dat seksuele misdrijven op minderjarigen niet meer kunnen verjaren – blijft overeind. Maar door de koppeling over het hoofd te zien van verjaringstermijnen tussen sek­suele misdrijven op min 18-jarigen en die op volwassenen, heeft het wetsvoorstel een ongewenst effect: namelijk dat het zwaarste seksuele delict op meerderjarigen straks niet meer na 15 jaar, maar al na 10 jaar verjaart. Door het sleutelgat gluren naar vrouwen, daarvoor geldt nog altijd de 15 jaar. Iemand verkrachten met de dood tot gevolg, daarvoor daalt de verjaringstermijn naar 10 jaar.

Er zal dus een reparatiewet moeten komen. Die hebben de groenen al klaar. Groen/Ecolo wil de tekst volgende week al indienen, maar normaal gezien zal het minstens een paar weken duren vooraleer de fout is rechtgezet. En dus is het niet onmogelijk dat rechtszaken die nu worden gepleit en draaien rond misdrijven van meer dan 10 jaar geleden, bij de publicatie van de foutieve wetgeving verjaren.

Van Hecke betreurt dat het wetgevende werk slordig is gebeurd: ‘Dit is een schoolvoorbeeld van een wetsvoorstel dat er in lopende zaken snel-snel moet komen. Dat levert dan soms accidenten op. Jammer’, klinkt het.