Dresden roept 'nazi-noodtoestand' uit
Archiefbeeld van een Pegida-manifestatie in Dresden. Foto: belga
De gemeenteraad van de Duitse stad Dresden heeft de 'Nazinotstand', een soort nazi-noodtoestand, uitgeroepen. De raadsleden vinden dat er veel meer gedaan moet worden tegen de opmars van extreemrechts.

Voor Dresden is de opmars van extreemrechts geen nieuw gegeven. De stad in het voormalige Oost-Duitsland is de bakermat van de anti-islam beweging Pegida (Pegida staat voor Patriottische Europeanen tegen de islamisering van het Avondland). Bij de verkiezingen in september klom het uiterst rechtse AfD (Alternative für Deutschland) in de deelstaat Saksen  van 17,8 naar 27,5 procent. Alleen CDU scoorde er nog beter.

Aan de BBC legde de initiatiefnemer van de resolutie, Max Aschenbach (die Partei, een veeleer satirische partij in Duitsland), uit wat zijn stad bedoelt met de nazi-noodtoestand. 'Het was nodig om een signaal te geven omdat politici zich te weinig durven positioneren tegen extreemrechts.'

De resolutie stelt dat extreemrechtse attitudes en acties steeds vaker voorkomen en in de resolutie wordt de stad ook gevraagd om slachtoffers van extreemrechts geweld of discriminatie te helpen.

De resolutie van Max Aschenbach kreeg de steun van 39 raadsleden. De 29 tegenstemmen kwamen onder meer van het CDU. Die partij noemt de hele vertoning pure symboliek en vindt ook dat de term 'nazi-noodtoestand' nergens op slaat. De liberalen van het FDP steunden de motie wel, al waren ook daar politici die de verwijzing naar de nazi's maar niets vonden.