België moet Syriëstrijdster (23) en haar kinderen terughalen uit Syrië
Archiefbeeld: de kinderen op de foto zijn niet de kinderen van Sliti Foto: AFP

Een 23-jarige Belgische Syriëstrijdster en haar twee kinderen van anderhalf en drie jaar oud moeten binnen 75 dagen door ons land worden teruggehaald uit Syrië. Dat heeft een rechter in kort geding vandaag beslist in Brussel. België kan nog in beroep gaan.

Hafsa Sliti zit sinds februari 2018 met haar twee kinderen vast in het kamp Al-Roj en wil naar België terugkeren. Het kamp is nu in handen van de Koerdische SDF, maar ligt in de zone die Turkije wil veroveren in Syrië. Sliti's vader is een oud-gediende van Al-Qaida, die zich in december 2014 in Syrië aansloot bij Islamitische Staat. Dochter Hafsa volgde in januari 2015 vanuit België. Ze betuigde vorig jaar haar spijt aan een journalist en uitte haar wens om haar straf in België uit te zitten.

Via het kort geding had de vrouw gevraagd dat de Belgische overheid reisdocumenten voor haar en haar kinderen zou afleveren en die aan een ngo zou bezorgen. Die ngo zou vervolgens naar de Koerdische bewakers van het kamp kunnen gaan en de moeder en twee kinderen tot in Belgische handen brengen, waardoor België hen zou kunnen repatriëren.

Belgische staat moet burgers beschermen

De rechtbank in kort geding heeft haar woensdag gelijk gegeven. Ze geloven dat de Belgische Staat zijn burgers moet beschermen, maar vooral dat kinderen een fundamenteel recht hebben om beschermd te worden en niet gescheiden te worden van hun moeder. Volgens Nicolas Cohen, advocaat van de familie, heeft de Belgische Staat 75 dagen de tijd om te repatriëren, meldt RTBF. Ons land kan nog in beroep gaan tegen de uitspraak.

'Volgens de rechtbank hebben de kinderen een subjectief recht op bescherming door de Belgische staat, hebben moeder en kinderen het recht om beschermd te worden tegen onmenselijke en vernederende behandelingen, en hebben ze recht op consulaire bescherming vanwege de Belgische staat', zegt meester Cohen. 'De rechter heeft ook vastgesteld dat de staat wel degelijk iets kan doen, aangezien ze in juni al een aantal kinderen heeft gerepatrieerd.'

Eerder deze maand had minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) aangegeven dat de Belgische regering niet van positie was veranderd: ‘Ze moeten dicht bij de plaats worden berecht waar zij hun misdaden hebben begaan.’ Reynders zei ook nog dat er onderhandelingen bezig zijn met de Iraakse autoriteiten.