Brusselaars voelen zich veilig, maar storen zich aan verkeer en vuil
Militairen in centrum Brussel: sinds de aanslagen van 22 maart 2016 geen ongewoon beeld. Foto: Dieter Telemans

48 procent van de Brusselaars en 45 procent van de pendelaars ervaart Brussel als een veilig gewest. Nog eens 35 procent staat er neutraal tegenover. Wel moet gewerkt worden aan het onthaal van slachtoffers, zo blijkt uit de eerste Brusselse veiligheidsenquête. Het aangiftepercentage van discriminatie en intimidatie ligt heel laag.

‘Drieënhalf jaar na de aanslagen evolueert de beleving van de veiligheid in Brussel in de goede richting’, verklaart Jamil Araoud, directeur-generaal van Brussel Preventie & Veiligheid (BPV), de nieuwe gewestelijke dienst die na de zesde staatshervorming werd opgericht om de veiligheid in kaart te brengen en het beleid te coördineren.

BPV onderzocht voor het eerst het (on)veiligheidsgevoel bij meer dan 1.800 inwoners, 400 pendelaars en 200 toeristen. ‘In vergelijking met vroegere resultaten uit de Veiligheidsmonitor is het onveiligheidsgevoel al een jaar of tien stabiel. 12 procent van de inwoners en 10 procent van de pendelaars voelt zich vaak of voortdurend onveilig, maar de meest storende problemen zijn niet gelinkt aan criminaliteit.’

Het drukke verkeer, gebrek aan netheid, de vervuiling en de alomtegenwoordige wegpiraten in Brussel vormen de grootste bron van ergernis en onveiligheidsgevoel. Van agressie, inbraak en diefstal hebben mensen de meeste schrik. Inwoners vermelden ook psychologisch geweld en intimidatie (vooral vrouwen), terwijl pendelaars en toeristen meer bezorgd zijn over het risico op aanslagen.

Ondanks de daling van de geregistreerde criminaliteit (sinds 2009 met 19 procent), zegt 44 procent van de Brusselaars het afgelopen jaar minstens één keer het slachtoffer geweest te zijn van een feit. Van hen is één op de vijf zelfs meermaals slachtoffer geweest. Discriminatie komt het vaakst voor (14 procent), gevolgd door ongepaste opmerkingen en beledigingen, pesterijen en inbraak. De feiten van discriminatie handelen vooral over de toegang tot werk, of tot goederen en diensten. Daarnaast zijn veel inwoners ook al meermaals het slachtoffer geweest van voertuigdiefstal, oplichting of slagen en verwondingen.

Aangiftepercentage

Opvallend: voor een aantal feiten schakelen de Brusselaars nauwelijks de politie in. Dat geldt voor discriminatie (slechts in twee procent van de gevallen werd klacht ingediend), ongepaste opmerkingen en beledigingen (vijf procent), intimidatie (acht procent). Waarom? 84 procent van de inwoners denkt dat het geen nut heeft, of schaamte en angst om niet geloofd te worden spelen een rol. Eigendomsdelicten zoals inbraak of voertuigdiefstal worden vaker gerapporteerd (respectievelijk 80 en 74 procent).

‘Een belangrijke blok aanbevelingen voor de overheid gaat dan ook over slachtofferonthaal’, aldus Araoud. ‘Niet alleen sensibilisering, vorming van politieambtenaren en betere communicatie, maar ook de kwaliteit van het individuele onthaal is belangrijk. Zo zou voor bepaalde types overtredingen zeker een administratieve vereenvoudiging van de aangifte overwogen kunnen worden.’

Openbare ruimte

Om de meest storende problemen te verhelpen, moet Brussel volgens het hoofd van BPV werken aan de inrichting van de openbare ruimte. ‘We geloven in de aanpak “security by design”, die zowel ontradend kan werken voor criminaliteit alsook het leefklimaat kan verhogen.’

Het BPV, waar intussen 50 tot 70 mensen werken, belooft alvast een tand bij te steken en neemt de nieuwe bevoegdheid naar eigen zeggen erg serieus. Op het einde van de vorige legislatuur kreeg minister-president Rudi Vervoort (PS), die de voogdij heeft over het coördinerend beleid, immers kritiek dat er de voorbije vijf jaren niet veel van in huis was gekomen.