Syriëstrijder en IS-vrouwen eisen dwangsom van 105.000 euro per dag van Belgische Staat
Illustratiebeeld: kinderen in het vluchtelingenkamp Al-Hol. Foto: AFP

De advocaten Abderrahim Lahlali en Mohamed Ozdemir dagvaarden de Belgische Staat om één gewonde terrorist, drie IS-weduwen en hun tien kinderen vanuit Syrië naar ons land of een veilige plek in de regio te brengen. Dat schrijven De Morgen en Het Laatste Nieuws maandag.

Maandag starten de twee advocaten de procedure in kort geding op, wellicht komt de zaak donderdag of vrijdag voor in Brussel. Hun cliënten zijn drie vrouwen van Syriëstrijders (Nadia Baghouri, Jessie Van Eetvelde en Sabah Hammani), de terrorist Adel Mezroui en hun tien kinderen, die tussen 7 jaar en 6 maanden oud zijn. De vrouwen en kinderen verblijven in het vluchtelingenkamp Al-Hol, dat buiten de bufferzone ligt die de Turken nu bezetten in Syrië. Mezroui ligt in de ziekenboeg van de Koerdische gevangenis in Al-Hasakah.

Bij de dagvaarding zitten medische verslagen van de kinderen, waaruit blijkt dat ze zwaar ondervoed zijn en chronische diarree hebben. Bij één jongen is de rechterarm geamputeerd.

De advocaten eisen dat hun cliënten zo snel mogelijk naar een veilige plek worden overgebracht. Dat mag België zijn of een van de buurlanden van Syrië, zoals Turkije, Jordanië of Libanon. Als de Belgische Staat niet binnen vijftien dagen in actie schiet, dan vragen de advocaten dwangsommen van 7.500 euro per dag per persoon. Voor de 14 personen betekent dat dus een som van 105.000 euro per dag, met een maximumbedrag van 1,5 miljoen euro per verzoeker.

De advocaten argumenteren dat de regering de adviezen van federaal procureur Frédéric Van Leeuw en Paul Van Tigchelt, de baas van het antiterreurorgaan Ocad, naast zich neerlegt. ‘Zij pleitten er vorige week in het parlement nogmaals voor om deze mensen terug te halen en hier te berechten.’