Verdachte ‘Pokémonmoord’ beweert dat slachtoffer stierf door wurgseks
Zitting over de ‘Pokémonmoord’ in het hof van assisen in Antwerpen. Foto: Jan Van der Perre

John V. (27), die wordt verdacht van de zogenoemde ‘Pokémonmoord’ in februari 2017 op Shashia Moreau (20), heeft vrijdag tijdens zijn verhoor voor het Antwerpse assisenhof verklaard dat haar dood het gevolg is van uit de hand gelopen wurgseks.

Meer dan twee jaar lang beweerde V. dat hij aan geheugenverlies leed, en dus niet meer wist wat zich die bewuste middag had afgespeeld.

Vrijdagmiddag legde hij voor het eerst toch een verklaring af. ‘We hadden seks. Eerst normaal, dan ruwer. Ik greep met beide handen haar keel vast voor een lichte vorm van wurgseks, maar ik heb harder geduwd dan ik zelf doorhad’, zei V.

Hij zei verder ‘dat het nooit zijn bedoeling was om haar te doden’. 'Toen ik klaar was, merkte ik dat ze niet meer ademde of reageerde en sloeg ik in paniek', zo beweerde V. Volgens hem was de seks dus met wederzijdse toestemming, het verdere assisenproces moet nu uitwijzen of die verklaringen kloppen.

Pokémonfiguurtjes

Shashia Moreau uit Heist-op-den-Berg verdween 2,5 jaar geleden, op 7 februari 2017, nadat ze met de verdachte had afgesproken in Antwerpen. De twee kenden elkaar, en hij had haar enkele Pokémonfiguurtjes beloofd als geschenk. Het meisje verdween daarna spoorloos. V. werd een dag later aan de tand gevoeld door de politie, maar beweerde dat Moreau niet was komen opdagen.

Hij werd daarin tegengesproken door camerabeelden uit de buurt. Daarop was te zien hoe ze samen vanuit het Centraal Station naar zijn woning aan de Van Stralenstraat waren gewandeld. Shashia was mee naar binnen gegaan, maar was niet meer naar buiten gekomen.

Toerekeningsvatbaar

Op 9 februari 2017 werd het lichaam van het meisje aangetroffen bij graafwerken in de binnentuin van zijn woning. Ze was met geweld om het leven gebracht. V. gaf daarna toe dat hij haar ontmoet had, maar zei dat hij zich het verdere verloop van die dag niet meer kon herinneren.

Twee jaar lang bleef V. vasthouden aan dat geheugenverlies, ook al is dat volgens de gerechtspsychiater meer dan waarschijnlijk geveinsd. Hij werd toerekeningsvatbaar bevonden.