Tijdens een opmerkelijke persbriefing gaf Mick Mulvany, stafchef van het Witte Huis, donderdag toe dat president Donald Trump bijna 400 miljoen dollar aan militaire hulp aan Oekraïne bevroor. Doel was het land onder druk te zetten om een onderzoek naar activiteiten van de Democraten te starten.

Volgens Mulvaney werd Oekraïne gevraagd een server van het Democratisch Nationaal Comité te onderzoeken, die tijdens de presidentsverkiezingen van 2016 werd gehackt.

Impeachment-onderzoek

De kwestie rond de onthouding van de hulp vormt een belangrijk element in de controverse die leidde tot het impeachment-onderzoek tegen president Trump. De vraag zou immers gevallen zijn tijdens het bewuste telefoontje afgelopen zomer tussen Trump en diens Oekraïense ambtsgenoot Volodimir Zelenski. Trump zou ook hebben gevraagd om het Californische cybersecurity bedrijf CrowdStrike onder de loep te nemen. De DNC nam CrowdStrike onder de arm om de daders van de hacking op te sporen, een onderzoek dat naar Rusland leidde. 

Tijdens hetzelfde gesprekpolste Trump of Zelenski de activiteiten van zijn democratische rivaal Joe Biden en diens zoon Hunter kon onderzoeken. Zoon Biden was directielid van een Oekraïens energiebedrijf. Zelenski stemde in met het onderzoek. Later kreeg Oekraine de militaire hulp die eerder was overeengekomen.

Witte Huis 'niet betrokken'

De uitspraken van Mulvany verrassen. President Trump en zijn administratie ontkennen immers al weken dat er voor de militaire steun een tegenprestatie zou zijn gevraagd. Mulvaney gaf donderdag echter toe dat de hulp – die al door het Congres werd goedgekeurd – deels werd ingehouden. Later, in een mededeling van het Witte Huis, sprak hij zichzelf tegen en sloot hij het bestaan van een tegenprestatie uit.

President Trumps advocaat Jay Sekulow liet al weten aan CNN dat ‘het juridisch team niet betrokken was bij de persbriefing van de stafchef’.