Gros van Democratische presidentskandidaten wil militair ingrijpen 'zonder einddatum'
Foto: AFP
Dinsdagnacht verzamelden twaalf deelnemers voor het grootste debat tussen Democratische presidentskandidaten in de moderne geschiedenis van de Verenigde Staten. Daar bleek onder meer de algemene schaamte voor de recente terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Noord-Syrië. Over een toekomstig militair ingrijpen waren de meningen echter verdeeld.

Het was het eerste debat na de start van de impeachmentprocedure tegen Trump. De discussie opende dan ook met een reeks vragen daarover. Joe Biden, die onrechtstreeks mee aan de basis van de aanklacht tot impeachment ligt, benadrukte dat noch hij, noch zijn zoon iets verkeerd hadden gedaan. Volgens Biden zouden de aanvallen van Trump een teken zijn van diens vrees om het tegen hem op te nemen.

Volgens de wekelijkse update van The New York Times zou Biden (26%) in een nek-aan-nekrace met Elisabeth Warren (23%) strijden om de eerste plaats.

Warren werd het vuur aan de schenen gelegd over haar visie op universele gezondheidszorg. Net als Bernie Sanders (16%), die de top drie vervolledigt, staat Warren achter dat plan. Terwijl Sanders toegeeft dat de realisatie ervan hogere belastingen voor de middenklasse impliceert, houdt Warren zich op de vlakte. Ook nu weer wilde ze zich niet over de concrete financiering uitspreken. Wel hamerde ze erop dat de totale kosten voor de gezondheidszorg voor de Amerikanen zouden dalen.

Leeftijd

Voor Sanders was het zijn eerste nationale optreden sinds zijn hartfalen twee weken geleden. Tijdens de vragenronde over het impeachmentonderzoek herinnerde hij het publiek eraan dat de Democraten zich niet mogen blindstaren op de huidige president. Ze moeten ook oog hebben voor andere zaken, luidde het. Sanders wees op de gevolgen van de klimaatverandering en de niet al te rooskleurige situatie van de Amerikaanse arbeidersklasse.

Sanders’ gezondheidsproblemen vestigden trouwens ongewild de aandacht op de leeftijd van de top drie. Zowel hij (78) als Joe Biden (76) en Elisabeth Warren (70) zijn al een flink stuk de zestig voorbij. Jongere kandidaten zoals Pete Butttigieg (37, vierde plaats) en senator Kamala Harris  (54, vijfde plaats) lieten volgens The Guardian al weten dat het tijd is voor een nieuwe vorm van leiderschap in de Democratische partij, gedragen door de grassroots-energie van jonge activisten.

Militair ingrijpen

Een ander onderwerp van debat was de oorlog in Syrië. Die legde een duidelijke tegenstelling bloot tussen voor- en tegenstanders van de inzet van de Amerikaanse militaire macht in het buitenland. Terwijl de Hawaïaanse vertegenwoordigster Tulsi Gabbard pleitte voor een einde van wat ze ‘regime changing wars’ (oorlogen die regimes moeten veranderen), trokken de meeste kandidaten de kaart van een militair ingrijpen zonder einddatum. Ze wezen op de verschillende gevolgen van de abrupte terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Syrië, van de schaamte voor de betrokken soldaten tot de knak in het imago van de VS als een betrouwbare partner.  

Voor het volgende debat, dat in Georgia plaatsvindt, zal het Democratisch Nationaal Comité de criteria  - gebaseerd op fundraisingbedragen en plaats in de exitpolls - opnieuw verhogen. Volgens een analyse van CNN zouden maar acht van de twaalf deelnemers van vannacht op dat debat mogen spreken.