De Nobelprijs Economie is toegekend aan het trio Abhijit Banerjee, Esther Duflo en Michael Kremer voor hun werk over ‘het verlichten van armoede’.

‘Het onderzoek van de laureaten heeft ons vermogen om armoede in de praktijk te bestrijden fel verbeterd’, stelt de Koninklijke Zweedse Academie voor Wetenschappen. ‘Hun experimentele onderzoeksmethoden domineren nu de ontwikkelingseconomie.’

De Indiër Abhijit Vinayak Banerjee en de Frans-Amerikaanse Esther Duflo, die getrouwd zijn, zijn allebei ontwikkelingseconomen verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Boston. De centrale stelling in hun werk is dat de bestrijding van wereldwijde armoede tegenwoordig te veel bepaald wordt door westerse ideologische stellingnames, die het zicht op de werkelijkheid vertroebelen. Duflo en Banerjee denken niet in dergelijke schema’s. Ze spreken met armen, verdiepen zich in hun levenswijze, hun problemen en hun keuzes. Ze proberen er liever met experimenten in de praktijk achter te komen of bepaalde maatregelen tegen armoede werken of niet.

De Amerikaan Michael Kremer is een ontwikkelingseconoom verbonden aan Harvard. Hij bestudeerde onder meer aan de hand van allerlei experimenten op welke manier de studieresultaten van jongeren in Kenia het best konden worden verbeterd.

 

 

In een eerste telefonische reactie was Esther Duflo (46), slechts de tweede vrouw ooit die de Nobelprijs voor Economie won en ook de jongste winnaar ooit, zeer bescheiden. Ze benadrukte dat de kern van haar werk erin bestaat om de armen zelf als uitgangspunt te nemen. En hen daarin zeer serieus te nemen. ‘Het zijn mensen zoals u en ik. Maar veel onderzoekers benaderen armen vaak als karikaturen: ze proberen hen niet te begrijpen en beschouwen ze als lui, wanhopig of dom, zonder dat ze naar de echte oorzaken zoeken.’

De Nobelprijs Economie wijkt af van de andere Nobelprijzen. Niet Alfred Nobel, maar de Zweedse Centrale Bank heeft de prijs in het leven geroepen. De prijs heet officieel dan ook de ‘prijs voor economische wetenschap van de Zweedse Nationale Bank’.