Iraanse vrouwen mogen voor het eerst sinds 1981 naar het voetbal
Foto: VIA REUTERS

Voor het eerst in bijna 40 jaar mochten Iraanse vrouwen hun nationale mannenvoetbalploeg zien spelen in het stadion. Zo’n 3.500 à 4000 vrouwen konden een ticket bemachtigen voor de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Cambodja.

Na de Iraanse Revolutie hebben ultraconservatieven het stadionverbod voor vrouwen ingevoerd. Dat gebeurde in 1981. Onder druk van de Internationale Voetbalbond Fifa komt daar nu verandering in.

De Fifa greep in nadat Sahar Khodayari, een vrouwelijke fan, zich als man verkleedde en een wedstrijd van haar favoriete team Esteghlal Teheran FC bijwoonde. De 29-jarige Sahar werd echter betrapt en kreeg een celstraf van zes maanden opgelegd, waarna ze zichzelf uit protest in brand stak. ‘Het blauwe meisje’ overleefde die daad niet.

Het verbod wordt enkel opgeheven voor WK-kwalificatiematchen. Mensenrechtenorganisatie Amnesty International noemde het al een ‘cynische publiciteitsstunt’ van het Iraanse regime om hun blazoen weer wit te wassen na de dood van Khodayari. Bovendien werden slechts 5.000 zitjes beschikbaar gesteld voor vrouwen, terwijl er in het nationale Azadi Stadion plaats is voor 80.000 toeschouwers. De aanwezige vrouwelijke fans werden bovendien gescheiden van de mannen en bewaakt door zo’n 150 vrouwelijke politieagenten.

De aanwezige vrouwen zagen hun nationale team, geleid door Marc Wilmots, winnen. Het werd maar liefst 14-0 tegen Cambodja. Iran staat ook aan de leiding in groep C van het Aziatische WK-parcours.