De protesten in Ecuador worden steeds grimmiger. Dinsdag hebben tientallen betogers het parlement in hoofdstad Quito bestormd. De prostesten hebben tot een avondklok geleid rond verschillende ‘strategische’ plaatsen en gebouwen.

De protesten zijn al zes dagen aan de gang, en zijn een gevolg van het schrappen van subsidies op brandstof, die al veertig jaar bestonden. Dat leidde ertoe dat sommige prijzen meer dan verdubbelden. Volgens de regering ontwrichten de brandstofsubsidies de economie en zal het schrappen ervan de schatkist jaarlijks meer dan een miljard dollar opleveren.

Duizenden inheems bewoners en andere demonstranten bezetten dinsdag het centrum van de hoofdstad Quito. 

Regering gevlucht

De regering heeft inmiddels voor een periode van zestig dagen de noodtoestand uitgeroepen en verhuisde de regeringszetel tijdelijk naar de stad Guayaquil. In totaal werden volgens de autoriteiten al ongeveer 570 mensen opgepakt. 

Het feit dat de protesten, die begonnen bij transportwerkers en studenten, nu ook aanhang vinden bij de inheemse bevolking zou voor de regering niet veel goeds kunnen betekenen. Volgens The Guardian speelden diezelfde inheemse groepen een belangrijke rol in de de protesten die Ecuadoraans president Lucio Gutiérrez in 2005 tot ontslag dwongen. Al  was de stilzwijgende goedkeuring van het leger daarbij ook essentieel.