De Zweedse koning Carl Gustaf heeft vijf van zijn kleinkinderen de titel van ‘koninklijke hoogheid’ afgenomen. Met die beslissing wil hij de Zweedse belastingbetaler gunstig stemmen.

Het Zweedse koningshuis kende het voorbije decennium heel wat babygeluk. De drie kinderen van koning Carl Gustaf en koningin Silvia - kroonprinses Victoria, prinses Madeleine en prins Carl Philip - zorgden samen voor zeven kleinkinderen.

De Zweedse koninklijke familie is dus groter dan ooit, maar dat heeft de koning aangezet tot een bijzondere beslissing: vijf van zijn zeven kleinkinderen worden deels gestript van hun titel, zo werd dinsdag aangekondigd door het paleis. De kinderen van prinses Madeleine en prins Carl Philip behouden hun titel van prins en prinses, maar zullen niet langer worden aangesproken als ‘koninklijke hoogheid’.

Op die manier worden ze officieel ontheven van hun koninklijke taken. Daardoor zullen ze als volwassenen niet worden belast met koninklijke taken en zullen ze een grotere vrijheid genieten. Maar het betekent ook dat de Zweedse belastingbetaler geen jaarlijkse dotatie moet betalen, eens ze volwassen zijn.

Volgens experts wil de koning op die manier tonen dat het koningshuis financieel kan inbinden. Ook in Zweden woedt al langer een debat over de hoge kostprijs van de monarchie.

De maatregel geldt niet voor prinses Estelle en prins Oscar, de kinderen van kroonprinses Victoria, omdat zij rechtstreekse troonopvolgers zijn. Ook voor prinses Madeleine en prins Carl Philip verandert er niets, ‘zij zullen hun koninklijke taken voortzetten’.

Voorbeelden

De beslissing van de Zweedse koning om de koninklijke familie ‘te stroomlijnen’ is onder meer geïnspireerd door de Britse koninklijke familie. Buiten prins William en prins Harry, de zonen van kroonprins Charles, hebben de andere volwassen kleinkinderen van Queen Elizabeth allemaal een vaste job. Net zoals prinses Anne deed bij haar kinderen Zara en Peter, hebben ook Harry en zijn echtgenote Meghan een titel geweigerd voor hun zoon Archie.

Ook bij ons werden in 2014 de financiële regels aangepast. Behalve koning Filip en koningin Mathilde zal alleen nog kroonprinses Elisabeth later aanspraak kunnen maken op een dotatie. Haar broers en zus zullen hun eigen boontjes moeten doppen.