Het aantal baby’s geboren met Down slinkt
Foto: belga

Het aantal baby’s geboren met het syndroom van Down daalde in 2018 tot 28, tegenover 44 in 2017. Mogelijk zit de terugbetaalde NIP-test er voor iets tussen. Maar zeker is het niet.

Sinds de zomer van 2017 wordt de niet-invasieve prenatale test (NIPT) bijna volledig terugbetaald. Die test screent onder meer op het syndroom van Down. Verwacht werd dat het aantal baby’s met Down sterk zou dalen, omwille van zwangerschapsafbreking. De cijfers in het jaarrapport van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie lijken daar op te wijzen. In 2017 werden 28 baby’s met Down geboren, tegenover 44 in 2017.

Toch blijft het moeilijk om conclusies te trekken. Het gaat voorlopig om een eenmalige daling. En dus blijven er veel onduidelijkheden. Er zijn bijvoorbeeld geen cijfers over hoeveel van de zwangere vrouwen een NIP-test onderging. ‘Hoeveel zwangerschappen werden onderbroken omwille van de diagnose?’ vraagt professor gynaecologie Roland Devlieger. ‘Waren er eventueel vals negatieve bij?’ Veel vragen dus. ‘Toch nog even afwachten dus of dit geen eenmalige daling is’, besluit Devlieger.

Het totaal aantal geboortes is wel gelijk gebleven in 2018, ten opzichte van 2017. De moeders werden wel opnieuw ouder. De gemiddelde leeftijd waarop een moeder haar eerste kind kreeg was 29,1 jaar. Ter vergelijking: in 1987 was dat nog 25,7. Het aantal mama’s boven de veertig blijft ook stijgen: van 0,8 procent in 1991 tot 3,1 procent nu. Eén op de veertien vrouwen krijgt een baby na een fertiliteitsbehandeling.