De nieuwe Vlaamse regering ondersteunt niet langer het gelijkekansencentrum Unia. Dat betekent dat er geen Vlaams geld meer naar de organisatie zal vloeien. Er wordt wel een eigen centrum opgericht in Vlaanderen. 'Dit is een ideologische beslissing, geen inhoudelijke', zegt Els Keytsman, directeur van Unia.

In Unia waren tot nu alle regionale overheden vertegenwoordigd, maar de N-VA haalde de voorbije jaren al meermaals uit naar het centrum. Op de voorstelling van het Vlaamse regeerakkoord kondigde N-VA-voorzitter Bart De Wever aan dat er een nieuw, Vlaams centrum wordt opgericht dat ook oog heeft voor de mensenrechten.

 

Het nieuws is voor Keytsman niet helemaal onverwacht. 'Het hing al een tijdje in de lucht, we weten hoe het Vlaams Belang over ons denkt', zegt ze in een videoboodschap op Twitter. 'We weten ook dat de N-VA liever Vlaamse instellingen heeft, en geen interfederale.'

 'We zijn niet betrokken geweest, niet geïnformeerd, en er was geen evaluatie, maar aan ons werk kan het niet liggen. We werden recent op een congres in Parijs gewaardeerd en geroemd voor ons werk', zegt ze. Keytsman zal zo snel mogelijk contact opnemen met de betrokken politici. 'Het is belangrijk dat de expertise en ervaring niet verloren gaat, en dat de Vlaamse burger even goed beschermd blijft tegen ongelijkheid, ongelijke kansen, racisme en discriminatie.'

Ze voegt eraan toe teleurgesteld te zijn. 'Dit is een ideologische beslissing, geen inhoudelijke. Voor de Vlaming wordt het met een nieuwe instelling erbij niet eenvoudiger, en voor de belastingbetaler wellicht duurder', vindt ze.

Unia wordt gefinancierd door de federale overheid, de gewesten en de gemeenschappen. In 2018 ontving Unia 8,2 miljoen euro subsidies. Het gros daarvan (6,5 miljoen) is voor rekening van de federale overheid. De deelstaten droegen 1,7 miljoen bij. Keytsman wil vooral afwachten wat er exact in het regeerakkoord staat. 'De terugtrekking uit Unia kan niet op 1-2-3', schrijft ze. 'We blijven ook daarna actief in Vlaanderen voor federale dingen zoals hatespeech en hatecrime', zegt Keytsman.