GO! in beroep tegen Leuvens vonnis rond hoofddoek
Foto: Photo News

Het Gemeenschapsonderwijs (GO!) tekent beroep aan tegen het vonnis van de rechter in Leuven omtrent het verbod op levensbeschouwelijke kentekens in een GO!-school. De leerlinge mag ondertussen wel haar hoofddoek blijven dragen.

Een leerling van een Leuvense school had haar eigen schoolbestuur en het GO! gedagvaard omdat ze op school geen hoofddoek mag dragen. Eind augustus oordeelde de rechtbank van eerste aanleg in Leuven dat het hoofddoekenverbod niet verenigbaar is met de vrijheid van godsdienst. ‘De noodzaak van dergelijk verbod in het licht van het bevorderen van de gelijkheid van kansen in het onderwijs wordt niet concreet aannemelijk gemaakt aan de hand van enige empirische evidentie’, schreef de rechter. De rechtbank vond geen specifieke omstandigheden die een verbod rechtvaardigen.

De Raad van Bestuur van het GO! besloot om beroep aan te tekenen omdat het denkt dat een aantal argumenten in hoger beroep toch stand zal houden. Ze kijkt onder meer naar een zaak die loopt bij het Grondwettelijk Hof. De leerlinge mag ondertussen wel haar hoofddoek blijven dragen, een recht waarvan ze momenteel ook gebruik maakt.

Juridisch slagveld

Het hoofddoekenverbod – of beter, het verbod op levensbeschouwelijke kentekens – in het GO! is al jaren een juridisch slagveld. Op 1 februari 2013 instrueerde het GO! zijn scholen om een ¬algemeen verbod op levens¬beschouwelijke kentekens in hun reglement op te nemen. Enkele leerlingen trokken naar de Raad van State om dat verbod aan te vechten. De Raad van State vernietigde het verbod in de scholen, maar kon zich niet uitspreken over de algemene rondzendbrief van het GO!. Het GO! kon dus het algemene verbod handhaven.

Leerlingen uit Maasmechelen trokken daarop naar de burgerlijke rechtbank van Tongeren. Die oordeelde, op basis van het arrest van de Raad van State, dat het verbod een schending van de godsdienstvrijheid inhield. Ook in deze zaak ging het GO! ging in beroep.

Discriminatierecht- en grondwet¬specialist Jogchum Vrielink noemde de houding van het GO! eerder ‘ongelooflijk cynisch’. ‘Na de Raad van State was de situatie glashelder,’ zei hij eerder aan De Standaard. ‘Het GO! gebruikt al jaren de lopende zaken als een excuus. Dat getuigt van een ongelooflijk cynisme, want het is door het GO! zelf dat die procedures blijven komen.’