‘België geeft steeds minder aan ontwikkelingshulp’
Een polikliniek in Zuid-Soedan (themabeeld). Foto: BELGA

In 2018 is de officiële ontwikkelingshulp van België opnieuw gedaald, tot 0,44 procent van het bruto nationaal inkomen (BNI). Dat is ver onder de doelstelling van 0,7 procent, en onder het Europees gemiddelde. ‘België moet een ambitieuzer beleid voeren, zowel in kwantiteit als kwaliteit, zegt CNCD-11.11.11, de Belgische koepelorganisatie voor internationale solidariteit.

Sinds 2010 is de officiële ontwikkelingshulp (ODA) van België met 13 procent gedaald. Volgens schattingen van de OESO zal de bijdrage van België in 2019 zelfs maar 0,38 procent van het bruto nationaal inkomen bedragen. ‘Een logisch gevolg van de bezuinigingen waarover bij het begin van de legislatuur werd beslist’, zegt CNCD-11.11.11.

Bovendien neemt België in zijn cijfers geldstromen op waarvan het in feite zelf de begunstigde is, zoals bijvoorbeeld die voor de opvang van asielzoekers op zijn grondgebied, aldus de koepelorganisatie.

Nog: de Belgische ontwikkelingshulp is te weinig aangepast aan de kwetsbaarste landen, zegt de organisatie, die onder andere verwijst naar ‘blending’. Blending wil zeggen dat een mix van publieke en privémiddelen wordt gebruikt voor ontwikkelingsprojecten. Maar studies wijzen uit dat die niet aangepast zijn aan de realiteit in die landen, aldus 11.11.11.

‘Verkeerde prioriteiten’

Van de particuliere financiering die door de Belgische samenwerking in de periode 2012-2017 is gebeurd, ging slechts 30 procent naar landen met de laagste indexen voor ontwikkelingssamenwerking.

Bovendien zijn deze fondsen geconcentreerd in de winningsindustrieën, de industrie en de bouwsector (59 procent), energie (17 procent) en bank- en financiële diensten (16 procent), terwijl de prioritaire sectoren gezondheid, onderwijs, landbouw of basisinfrastructuur zijn, zegt CNCD-11.11.11.