Tunesische dictator Zine Abidine Ben Ali gestorven in ballingschap
Zine Abidine Ben Ali. Foto: AP

De verdreven Tunesische dictator Zine Abidine Ben Ali is donderdag gestorven in ballingschap in Saudi-Arabië. Hij werd 83 jaar oud.

Dat heeft zijn advocaat Mounir Ben Salha bevestigd aan Reuters. Zijn dood komt maar enkele dagen na nieuwe verkiezingen in Tunesië, het land waar hij meer dan twintig jaar met ijzeren hand regeerde en dat hij in januari 2011 moest ontvluchten bij een revolutie die andere landen zou inspireren tot de Arabische Lente.

De dictator vluchtte samen met zijn echtgenote naar het bevriende Saudi-Arabië, dat hem niet wilde uitleveren. Daar is Ben Ali, die al langer sukkelde met zijn gezondheid, donderdag overleden op 83-jarige leeftijd. Eerder deze maand was hij met een niet nader genoemde aandoening in het ziekenhuis opgenomen. Hij heeft drie dochters met zijn eerste vrouw Naïma, van wie hij in 1992 scheidde, en drie kinderen met zijn tweede echtgenote Leila.

Het was niet meteen duidelijk of hij in Tunesië begraven zou worden.

Monsterscores

Ben Ali kwam in 1987 aan de macht, nadat hij zijn voorganger Habib Bourguiba, vader van het moderne Tunesië, had afgezet omdat de man naar eigen zeggen te oud en te ziek voor de zware taak was. Na een militaire carrière was hij nochtans de rechterhand van Bourguiba geworden. ‘Een president voor het leven is niet meer van deze tijd’, verklaarde Ben Ali de dag nadat hij het mes in de rug van zijn voorganger had gestoken.

Al snel zou zijn presidentschap, het tweede sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk, dictatoriale trekjes krijgen. Zalven en slaan was daarbij het ultieme motto. Ben Ali maakte zich populair in het Westen door er economisch flink op vooruit te gaan.

Zijn land werd internationaal geregeld in de bloemetjes gezet, onder meer voor de verwezenlijkingen op het vlak van onderwijs en vrouwenrechten. Islamisme werd hardhandig de kop ingedrukt. Het Tunesische model werd in de ogen van het Westen, en zeker van Frankrijk, een voorbeeld voor de regio.

De prijs voor de bevolking was nochtans hoog. Persvrijheid was onbestaande in Tunesië en tegenspraak werd niet geduld. Geen wonder dat Ben Ali de verkiezingen steevast met monsterscores van om en bij de negentig procent won. Zo lang het hen economisch voor de wind ging, slikten de Tunesiërs de onderdrukking. Door de crisis kwam daar in 2011 verandering in.