Katie Taylor wil in de zomer van 2020 opnieuw tegen Delfine Persoon kampen: “Ik kijk er al naar uit haar nog overtuigender te kloppen”
Foto: AFP

Katie Taylor zegt dat ze hoopt dat er komende zomer een rematch komt tegen Delfine Persoon. De Ierse boksster, die in juni onze landgenote op discutabele wijze versloeg in de strijd om de wereldtitel, zegt de puntjes op de i te willen zetten nadat Persoon gezegd had dat ze “bestolen” was. “Ik kijk er al naar uit haar nog overtuigender te kloppen, zodat iedereen het zwijgen is opgelegd”, aldus Taylor.

De kamp om de eretitel van Undisputed, wereldkampioene in alle vier de boksbonden die ertoe doen in het vrouwenboksen, deed enkele maanden aardig wat stof opwaaien. Taylor werd immers uitgeroepen tot winnares, terwijl veel mensen - waaronder ook onze man ter plekke - vonden dat Persoon duidelijk beter was. Toch gaf de jury de Ierse superster het voordeel van de twijfel. “Het voordeel van de thuisboksster”, schreef onze man daar in juni over.

Katie Taylor wil in de zomer van 2020 opnieuw tegen Delfine Persoon kampen: “Ik kijk er al naar uit haar nog overtuigender te kloppen”
Katie Taylor (links) aan de zijde van bokspromotor Eddie Hearn. Foto: Action Images via Reuters

Maar het beeld van oneerlijke winnaars zint het kamp-Taylor niet. Vlak na afloop van de wedstrijd liet de Ierse al verstaan dat “een rematch onvermijdelijk is”. Tegenover het Britse nieuwsagentschap PA is ze daar nu ook concretere over geworden. “Ik hoop ergens in de zomer (van 2020, nvdr) een rematch tegen Delfine Persoon te doen. Dat zou ideaal zijn voor mij”, vertelde ze.

Taylor maakte meteen van de gelegenheid gebruik om Persoon al wat te provoceren. “Dat ze de kamp diefstal noemde is op zich al een schande. Ik ben me ervan bewust dat het nipt was en daarom vind ik dat de kamp een rematch verdient. Die zal ik niet uit de weg gaan, ik denk dat mijn carrière dat ook laat zien. Ik kan niet wachten om de puntjes op de i te zetten. Ik kijk er al naar uit haar nog overtuigender te kloppen, zodat iedereen het zwijgen is opgelegd.”