Kurt Vanhauwaert zit in een rolstoel en klaagt in een open brief op Facebook de manier aan waarop de NMBS hem behandelt. ‘Het geeft me het gevoel dat ik een reiziger derde klasse ben: iemand die toch tijd genoeg heeft en voor wie het niet uitmaakt of hij te laat of helemaal niet op zijn bestemming geraakt.’ Zijn brief wordt druk gedeeld op social media.

‘Als de NMBS vindt dat ik als rolwagengebruiker geen recht heb op degelijk openbaar vervoer, dan mag u dat gewoon in mijn gezicht zeggen’, zo begint Kurt Vanhauwaert zijn brief. Hij heeft het onder andere over de weinig toegankelijke treinstellen. ‘Als het over treinen gaat, dan kiest de NMBS ervoor om oude treinstellen te renoveren zodat ze nog een aantal jaar mee kunnen. (…) Maar zelfs de gloednieuwe M7-treinstellen, die ons de komende veertig jaar zullen vervoeren, beloven weinig goeds. Ook zij hebben standaard geen gelijkgrondse instapmogelijkheid. Dit wil zeggen dat het er niet naar uitziet dat ik ooit helemaal zelfstandig de trein kan oprijden. (…) Aanpassingen doen aan infrastructuur en materieel vraagt tijd en geld, en daar heb ik begrip voor. Maar het gaat niet vooruit, terwijl toegankelijk openbaar vervoer écht geen utopie zou mogen zijn.’

‘In bemande stations in België is meestal personeel beschikbaar om mij in en uit de trein te helpen. Voor andere stations heeft men de ‘mobiele teams’ bedacht: mensen die met de wagen de provincie rondrijden om te velde te gaan assisteren. Die mensen zijn beperkt in tijd en mogelijkheden, wat maakt dat ik regelmatig mijn reis met één of twee uur moet uitstellen, gewoon omdat er geen mobiel team beschikbaar is.’

Hij haalt verder voorbeelden aan die volgens hem in één week zijn gebeurd: ‘Waarom kom ik aan in Oudenaarde en krijg ik daar te horen dat de lift heel regelmatig niet werkt bij warm weer? Waarom kan ik daardoor het station niet uit en mag ik na twee uur wachten op een perron onverrichter zake terugkeren naar waar ik vandaan kwam? (…) Waarom zien ze mij meer als een object dat op en af de trein moet, in plaats van een gewone reiziger die ook op tijd op zijn werk moet zijn en niet altijd kan zeggen wanneer een vergadering gedaan gaat zijn?’

In zijn brief richt hij zich vooral tot NMBS-ceo Sophie Dutordoir. ‘Want ik wil een dikke pluim geven aan uw onderdanen. Mijn inziens ligt het niet aan hen, het ligt aan het management. De mentaliteit van een bedrijf wordt bepaald door de leiding. Als u mij niet ziet als volwaardige reiziger, of daar niet naar handelt, dan is het zeer moeilijk voor uw personeel om dit wel te blijven doen.’

De brief staat sinds maandagavond online en is intussen al meer dan zeshonderd keer gedeeld.