Euthanasie was geen moord: wilsverklaring bij dementie blijft overeind in Nederland
Foto: Fotolia

Een Nederlandse verpleeghuisarts die door de tuchtrechter was berispt vanwege euthanasie bij een diepdemente patiënte, gaat voor de rechtbank helemaal vrijuit.

Er werd in Nederland met spanning uitgekeken naar het vonnis van de rechtbank in Den Haag over een betwist geval van euthanasie. Een 74-jarige vrouw die diep dement was, had eerder in een wilsverklaring laten vastleggen dat ze niet jarenlang wilde lijden en dat ze zeker niet naar een verpleeghuis (bij ons een woonzorgcentrum) wilde, zoals haar moeder voor haar.

De arts die de levensbeëindiging uitvoerde, werd eerder al door de toetsingscommissie euthanasie en door de tuchtraad van artsen berispt wegens onzorgvuldig handelen. Ze deed namelijk een slaapmiddel in de koffie van de vrouw, zonder haar dat te vertellen. Dit om te vermijden dat de patiënte geagiteerd zou raken. Toen ze het dodelijke middel via een injectie wilde toedienen, ontwaakte de patiënte opnieuw. Daardoor moesten de echtgenoot van de vrouw en haar dochter haar vasthouden.

Het openbaar ministerie in Nederland besloot de arts ook juridisch te vervolgen. Niet om haar te straffen, want een straf werd niet gevraagd. Maar om de wet aan te scherpen: volgens de aanklager moeten artsen ook bij een wilsverklaring euthanasie nog op het moment zelf bij de patiënte verifiëren of zij de levensbeëindiging wel degelijk wil.

Zorgvuldigheidseisen

De rechtbank in Den Haag gaat daar niet in mee. Het vonnis pleit de verpleeghuisarts, die intussen met pensioen is, volledig vrij. De rechter die het vonnis voorlas, zei zich ervan bewust te zijn dat euthanasie bij mensen met diepe dementie een erg gevoelig thema is, waarover erg verschillende meningen bestaan. Vervolgens legde ze omstandig uit hoe de arts volgens de rechtbank aan alle zorgvuldigheidseisen van de wet heeft voldaan. Er is dus geen strafbaar feit gepleegd.

De levens- of doodswens van de diep demente patiënte op het moment zelf verifiëren is niet nodig, wanneer het overduidelijk is dat de vrouw in kwestie niet in staat is daarover nog haar mening kenbaar te maken. Ze kon nog spreken, maar videobeelden die met toestemming van de familie waren gemaakt, illustreerden volgens de rechter ‘dat er geen touw meer aan vast te knopen was'.

De vraag van het openbaar ministerie, om op het moment zelf te verifiëren of de patiënte instemt met de euthanasiehandeling, zou overigens de wilsverklaring ondergraven, zei de rechter.

In ons land is de wilsverklaring inzake euthanasie niet geldig in het geval van gevorderde dementie. Ze geldt enkel bij wilsonbekwaamheid zoals in het geval van een onomkeerbare coma.

Klik hier om het volledige vonnis te lezen.