De Britse oppositie eist dat het parlement terugkeert uit verplichte rust, nu het Schotse hof van beroep heeft geoordeeld dat de beslissing van premier Boris Johnson om de parlementaire werkzaamheden vijf weken lang op te schorten, illegaal was. De Britse regering is voorlopig niet van plan daar gevolg aan te geven: Johnson en co. wachten een definitieve uitspraak van het Hooggerechtshof af.

De Britse premier Boris Johnson besliste twee weken geleden om de werkzaamheden van het parlement vijf weken lang op te schorten. Officieel wil hij zijn regering de tijd geven zich voor te bereiden op de regeringsverklaring van 14 oktober, maar volgens de oppositie was het vooral de bedoeling het parlement vleugellam te maken vlak voor de voorgenomen Brexitdatum van 31 oktober.

De Schotse Court of Session, vergelijkbaar met het hof van beroep bij ons, gaf die oppositie woensdag gelijk. De premier wilde inderdaad het parlement buitenspel zetten tijdens politiek cruciale weken, maar dat stond niet zo in zijn advies aan de koningin die het verzoek moest inwilligen, en dus is zijn beslissing om op te schorten onwettig. Maar aan de huidige situatie - het parlement is sinds dinsdagochtend vroeg geschorst - verandert dat niets: het Britse Hooggerechtshof, de hoogste rechtbank in het Verenigd Koninkrijk, velt pas volgende week een definitief arrest.

Toch vindt de oppositie dat Johnson het parlement meteen terug bijeen moet roepen. ‘Dit is een erg krachtig arrest. Ik denk dat de eerste minister correct zou handelen mocht hij het parlement deze middag of morgenochtend terugroepen, zodat we ons werk kunnen doen, de uitspraak kunnen bekijken, en als parlement kunnen beslissen wat er nu moet gebeuren’, zegt Labour-kopstuk Keir Starmer.

Hij krijgt steun uit Schotse hoek: ‘De onmiddellijke politieke implicaties zijn duidelijk: de rechtbank oordeelt dat de opschorting onwettig was, dus moet het parlement onmiddellijk teruggeroepen worden zodat het essentiële werk van politieke controle verder kan worden gezet’, meent de Schotse eerste minister Nicola Sturgeon. Haar partijgenoot Ian Blackford heeft Johnson in een officiële brief gevraagd onmiddellijk gevolg te geven aan die oproep.

Wind van voren

Johnson krijgt ook de wind van voren van de ex-Tories die hij vorige week zelf uit de partij bande nadat ze met de oppositie hadden meegestemd om een brexit zonder akkoord onmogelijk te maken. ‘Ik zou hopen dat de regering zich nu de grootteorde van de crisis die ze zelf heeft gecreëerd, realiseert, en dat ze het parlement onmiddellijk terugroept’, zegt Dominic Grieve, de voormalige minister van Justitie.

De regering is echter niet van plan toe te geven aan de druk. Johnson en co. willen de beslissing van het Hooggerechtshof afwachten, klonk het woensdagmiddag nog eens.

De zaak werd door 75 Britse parlementsleden, vooral 'anti-Brexiteers', naar de rechtbank gebracht. Ze hekelen dat de schorsing van het parlement illegaal is, en de grondwet schendt. Johnson stuurde het parlement dinsdag naar huis, om op 14 oktober terug te keren. Twee weken later, op 31 oktober, moet het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaten. 

Roep om ontslag

Intussen klinkt hier en daar ook dat Johnson ontslag moet nemen omdat hij Queen Elizabeth zou hebben misleid toen ze haar zegen moest geven voor de opschorting van het parlement. Onder meer Dominic Grieve en Liberal Democrats-kopstuk Ed Davey roepen daartoe op.

Eerder deze week eiste het Lagerhuis nog inzage in de interne communicatie van een tiental topmedewerkers van Johnson die voorafging aan de beslissing het parlement te schorsen. De regering moet die in principe woensdagavond vrijgeven, maar lijkt voorlopig niet geneigd dat te doen. Johnson en de zijnen zullen ‘te gepasten tijde’ antwoorden, zegt een woordvoerder.