Duizenden scholen in Centraal- en West-Afrika gesloten door geweld
Soldaten in Niger. Foto: afp

Meer dan 1,9 miljoen kinderen in Centraal- en West-Afrika kunnen niet naar school gaan vanwege het toenemende geweld. Dat heeft Unicef, het Kinderfonds van de Verenigde Naties, berekend.

Eind juni werden bijna 9.300 scholen in Burkina Faso, Kameroen, Tsjaad, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Mali, Nigeria, Congo en Niger gesloten wegens onveiligheid.

Het aantal scholen dat werd gesloten is drie keer zoveel als het aantal eind 2017.

Aanvallen op de onderwijsinstellingen en voortdurende bedreigingen aan scholen zouden een ‘lange schaduw werpen’ op kinderen, gezinnen en gemeenschappen in de hele regio, zegt Charlotte Petri Gornitzka, ondervoorzitter van Unicef.

Veel landen in West- en Centraal-Afrika worden geplaagd door conflicten of terroristische groeperingen. In het oosten van Congo bijvoorbeeld, waar een ebola-epidemie woedt, strijden verschillende milities voor de controle over natuurlijke grondstoffen. In Nigeria en zijn buurlanden terroriseert Boko Haram al jaren de bevolking. Ook in Mali zijn verschillende terroristische groeperingen actief, sommigen zijn trouw aan IS of al-Qaeda.

De vele conflicten en terroristische acties hebben geleid tot humanitaire crises en honderdduizenden mensen die op de vlucht moesten slaan.