Eels popt onze pukkels
Foto: Maarten De Bouw
 Mark Everett van Eels, E voor de vrienden, heeft net als Nick Cave twee zielen in zijn borst: een vierkant rockende, en een meer poëtische.

Cave verdeelt die verlangens over twee projecten, Grinderman en zijn solowerk. E doet het door zijn songs in zo’n radicaal verschillende jasjes te stoppen dat je ze soms niet meteen herkent. ‘Novocaine for the soul’ kreeg een druggy, slome versie met scheurende gitaren, ‘I like birds’ een garageversie en ‘Dog faced boy’ klonk als van die oude Britse hardrock. Maar wel allemaal: geweldig.


Toch duurde het vijf nummers voor E een gitaar vroeg: hij begeleidde zich met alle soorten handpercussie in de covers waarmee het concert opende, ‘Out in the street’ van The Who en ‘Raspberry beret’ van Prince. Vooral dat laatste bracht meteen een zak sfeer in de Marquee. ‘That was fun!’ zei ook E achteraf. De zanger ontpopte zich tot een soort ouderwetse revuemeester, die met flauwe grapjes zijn maats voorstelde. E neemt wel vaker zijn toevlucht tot licht sarcasme als er iets emotioneels volgt; dat was nu niet anders. Van bij het eerste akkoord van ‘The look you give that guy’ hing het publiek bijna in de nok van ontroering; zelfs de zacht rollende gitaarriff werd extatisch toegejuicht.


‘That’s the spirit’, zei E, terwijl we nog een volle minuut bleven juichen en fluiten. Maar hij had ook ‘a pukkel to pop’ – heeft een andere Engelstalige muzikant in al die jaren eigenlijk ontdekt wat een pukkel is? – ‘I love to softrock, but I also like… to rock.’ En huppekee, voor ‘Prizefighter’, met zijn ‘Jean Genie’-achtige riff. (Voor de rockhistorici en Francofielen: ‘met zijn riff van Jacques Dutroncs ‘La fille du père Noël’).


Eels speelde meesterlijk met stemmingen: het ene moment mocht de nieuwe drummer zichzelf zingend voorstellen in ‘The ballad of Little Joe’, het volgende besloot E dat we toch wel veel donkere songs hadden gehoord en iets positiefs nodig hadden om af te sluiten. Dat werd een mooie versie van ‘Love and mercy’ van Brian Wilson, met een streepje van The Beatles ‘The end’ om af te ronden. We hadden ons uitstekend vermaakt, maar Eels heeft ons al meer aangegrepen.


‘We love Belgium’, zei onze held achteraf. ‘We love you so much we just wanna fuck you all day, in the nicest way.’ Mm, zolang het met onderlinge toestemming is en tussen volwassenen, dan. Maar aan het publiek te zien, dat lang bleef wachten nadat de groep het podium had verlaten, zou het mogen.