Whitney: even Woodstock bellen
Foto: Koen Bauters
Een minuut voor ze aan de bak mochten in de Marquee, zagen we de jongens van Whitney buiten nog wat keuvelen rond een fles rood. Het geeft aan hoe relaxed de Amerikanen bij het hele rock-‘n-rollcircus blijven, ook al was dit ‘de grootste tent waar we ooit hebben gespeeld.’

‘Wie was er drie jaar geleden ook bij?’ wilde Julien Ehrlich weten terwijl hij de druppels van regenjas schudde. De drummende zanger schreef toen samen met gitarist Max Kakacek - ze deelden een verleden bij indierockers Smith Westerns ¬- een onwaarschijnlijk succesverhaal met kleine, soulvolle folkpop die leek overgevlogen uit de seventies. Maar dan gebracht met de nonchalance van een stel indiekids. Goeddeels vergelijkbaar met wat Big Thief dit jaar flikt. Ze stonden erbij en keken ernaar.

Tig concerttournees later verschijnt eind deze maand eindelijk Whitney’s tweede album, Forever turned around. Niets is ooit nog hetzelfde, dat weet u natuurlijk zelf ook. Maar toch doen de muzikanten uit Chicago gewoon verder met waar ze in uitblinken: herfstige songs bij elkaar knutselen rond gebroken harten en vervlogen vriendschappen, maar dan telkens met een silver lining errond. In de vorm van een twangende countrylick van Kakacek, een opbollende traan in de falset van Ehrlich of een streep indian summer in de trompet van Will Miller.

De gloedvolle nanananaaa’s van culthitje ‘Golden days’ brachten alvast de zon die we vandaag moesten ontberen. Of ‘The falls’, met Ehrlichs achteloze drumwerk en Kakaceks slanke gitaarriedels. Er zit goud in eenvoud. Het nieuwe ‘Valleys (my love)’ leek weggeslopen uit het oeuvre van The Band. Zouden de jongens geweten hebben dat hun grote held Levon Helm exact vijftig jaar geleden zijn drumsticks versleet op Woodstock?

Ehrlich bleef zich verbazen over de opkomst en vroeg hoe hij ‘thank you’ moest zeggen (van een charmant ‘danke’ ging het uiteindelijk naar een welgemeend ‘dank u’). Geen band heeft minder kapsones. Na de Philly-soul van het nieuwe ‘Giving up’ en het naar de akoestische folkpop van America lonkende ‘Day & night’ landde de set bij radiohitje ‘No woman’. Een stel rinkelende gitaren, een zalvende trompet en Ehrlichs bitterzoete stem: het perfecte antigif tegen de waan van de dag waaide ons zomaar toe.