Het probleem van korfbal? Dat het gemengd is
Nu vinden ze het nog leuk, maar als ze ouder worden, haken jongens vaak af. Foto: if

Het meest opvallende aan korfbal is ongetwijfeld dat een team steeds uit mannen en vrouwen bestaat. En veel gemengde sporten bestaan er niet. Toch zou net dat het probleem van korfbal zijn.

Straks om 16 uur speelt ons land de finale van het WK korfbal. Alweer. En alweer is de tegenstander Nederland. Als de statistieken gelijk hebben, wint Nederland ook alweer. Dat team is beter dan het onze, al zou het hopelijk spannend kunnen worden.

Het is de elfde keer op rij dat beide landen elkaar treffen in de finale. Sinds het eerste WK in 1978 won Nederland negen van die tien reeds gespeelde edities. Wij zijn het enige land dat de Nederlanders een keer kon verslaan in de finale, in 1991.

Waarom Nederland altijd wint, vertelde collega Ludo Wils vanmorgen op Radio 1: ‘Nederland heeft 80.000 korfbalspelers. Wij 7 tot 8.000. Bovendien zijn Nederlanders wat groter van lichaamsbouw wat bij deze sport, net als bij basketbal, veelal een voordeel is.’

Korfbal is bij ons vooral populair in het Antwerpse en de Kempen. Echt doorbreken doet de sport niet, de concurrentie van bijvoorbeeld hockey is groot. Toch lijkt de sport één voordeel te hebben, een ultiem verkoopargument: het is een van de weinige gemengde ploegsporten (ook bij ultimate frisbee bijvoorbeeld is het deelnemersveld gemengd). Een korfbalteam bestaat uit acht spelers: vier vrouwen en vier mannen.

Maar dat ziet Wils nu net als een enorm nadeel. ‘Vooral jongens haken daardoor af omdat ze niet met meisjes willen spelen. We zitten met enorm veel jeugd maar zodra ze 18 of 19 jaar worden, vinden ze andere geneugten en stappen ze eruit.’