De Britse economie is onverwacht gekrompen in het tweede kwartaal, voor het eerst in meer dan zes jaar. Dat is een tegenslag voor de nieuwe Britse premier Boris Johnson.

Het bruto binnenlands product (bbp) daalde volgens het nationale statistiekbureau met 0,2 procent, nadat het de vorige drie maanden met 0,5 procent was vooruitgegaan.

Economen hadden verwacht dat het bbp zou stagneren. Dat gebeurde enkel in juni.

De abrupte afkoeling van de economie komt er omdat veel bedrijven hun voorraden afbouwden die ze hadden opgebouwd in de aanloop naar de deadline voor de Brexit op 29 maart. De voorraden daalden met 4,4 miljard pond (4,7 miljard euro), waardoor het bbp 2,2 procentpunt moest toegeven. Het hielp de Britse economie evenmin dat autobedrijven hun jaarlijkse sluiting voor onderhoud hadden vooruitgeschoven naar april, anticiperend op de originele Brexit-deadline.

De industriële productie, die in het eerste kwartaal nog mooi scoorde, kromp met 2,3 procent in de drie maanden daarna. Dat was sinds 2009 niet meer gezien.

Het zijn de eerste bbp-cijfers sinds Johnson premier werd. Johnson wil het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie doen stappen op 31 oktober, of er nu een akkoord is of niet om de economische impact te verzachten.

In het derde kwartaal is er beperkt herstel voorspeld. Toch lijkt de onderliggende groei af te zwakken nu de onzekerheid over een Brexit toeneemt en de wereldeconomie afstevent op de eerste recessie in een decennium.