Straks woont iedereen in een flat
Themabeeld Foto: Dieter Telemans
Meer dan 60 procent van de nieuwe woonprojecten in Vlaanderen zijn appartementen. Flats worden het dominante woontype, ook buiten de steden.

De ‘verappartementisering’ van Vlaanderen zet zich door. Die conclusie trekt de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) uit gegevens over de woonmarkt in 2018.

Volgens Marc Dillen, directeur-generaal van de VCB, werden er vorig jaar in Vlaanderen ruim 31.000 vergunningen toegekend voor nieuwe flats. Dat zijn er bijna dubbel zoveel als in 2011, met bijna 16.000 nieuwe flats.

Niet alleen in steden

‘Sinds 2016 bestaat de meerderheid van de nieuwe woningprojecten uit flats’, zegt Dillen. ‘Als die trend aanhoudt, is dat over drie jaar, in 2022, het dominante woontype in Vlaanderen (zie grafiek).’

In de grote steden, zoals Antwerpen en in iets mindere mate Gent en Leuven, zijn flats nu al het meest voorkomende woningtype. Maar de grootste toename van flats valt te noteren in kleinere provinciesteden en hun omliggende gemeenten. Volgens de VCB is dat bijvoorbeeld het geval in de buurgemeenten van Sint-Niklaas, Brugge en Mechelen.

‘Stadsvernieuwingsprojecten blijven niet langer beperkt tot de centrumsteden’, zegt Marc Dillen. ‘Ook kleinere gemeenten beginnen met succes aan de versterking van hun woonkernen. Naast nieuwe huizen komen er (vaak kleinere) flatgebouwen bij met drie of vier verdiepingen.’

Compacter wonen

De VCB ziet nog een trend: nieuwe woonprojecten zijn compact in oppervlakte, ook de nieuwe huizen. ‘De gemiddelde oppervlakte van nieuwe huizen is ­gezakt van 210?m² in 1998 tot om en bij 160?m² vandaag’, zegt ­Dillen. ‘Bovendien blijkt uit een recent rapport van de Vlaamse overheid dat 68 procent van de nieuwe woonprojecten gerea­liseerd wordt op oude, her­gebruikte sites en geen extra ruimte innemen.’